Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Tweekleppigen algemeen   Oesters   Platte oester   Japanse oester   Tweekleppigen   

Mens en Milieu

Platte oester

afmetingen:

tot 15 centimeter

kleur:

wit tot grijzig

voedsel:

plankton

vijanden:

ziektes, parasieten, mensen

voortplanting:

geslachtelijk

  • Ned: Platte oester
  • Lat: Ostrea edulis
  • Eng: Common European oyster (European flat oyster)
  • Dui: Europäische Auster
  • Fra: Huitre
  • Dan: Flade østers
platte oester, foto fitis, sytske dijksen

Platte oester

De platte oester is eetbaar. Voor sommigen is het slechts een slijmerig zout hoopje, maar volgens de liefhebbers zijn oesters het lekkerste wat er is. Er komen maar weinig wilde platte oesters meer voor. Ze zijn door ziektes en concurrentie van de Japanse oester zeldzaam geworden. De oesterschelpen op het strand zijn meestal de resten van hele oude dieren, die al jaren dood zijn. De schelp van de gewone platte oester is vrij regelmatig van vorm, anders dan die van de Japanse oester, die allerlei rare uitsteeksels heeft.

  • Verspreiding en habitat

    De platte oester komt voor op harde ondergrond tot op 80 meter diepte. In de Nederlandse zeeën is de platte oester echter zo goed als uitgestorven vanwege overbevissing, ziektes en concurrentie met andere soorten zoals de Japanse oester.

  • Een ziekelijk weekdier

    De oestertelers hebben vaak te kampen met ziektes onder de oesters. Tot en met 1995 was er altijd sprake van een grote sterfte als gevolg van de ziekte die veroorzaakt wordt door de eencellige parasiet Bonamia ostreae. Deze ziekte stak in het begin van de jaren tachtig de kop op in de oesterbestanden in de Oosterschelde en vernietigde later ook de meeste oesters in de Grevelingen. De ziekte werd waarschijnlijk mee-geïmporteerd met oesters uit Bretagne, die op hun beurt weer besmet waren geraakt door importen uit Californië.
    In 1996 en 1997 was de sterfte als gevolg van Bonamia ostrea aanzienlijk minder dan in de jaren daarvoor. Wel brak er in mei 1996 een andere ziekte uit, waardoor nog meer oesters verloren gingen. Dit keer was een bloei van de gifalg Hexabita de waarschijnlijke oorzaak. In 1998 bleek de ziekte als gevolg van Bonamia ostrea weer drieëneenhalf keer zo vaak voor te komen als in 1997.
    Dit soort ziektes zijn niet alleen schadelijk voor de oesters op de kweekbedden. Ook wilde oesters gaan sterk achteruit door de uitbraken van de gifalgen.

  • Oesterteelt vanouds in Zeeland
    oesterbedden in Zeeland, 1912, foto fitis, sytske dijksen (de Prins)

Geluk!

Er leven miljoenen oesters langs de dijk. Miljoenen delicatessen...
Ik neem een mes mee, een citroen en een klein flesje wijn. Ik raap een oester en met heel veel moeite vind ik een plekje om het mes tussen de schelphelften te steken en de sterke spier door te snijden. Dan zie ik een teer diertje liggen op een paarlemoeren schaaltje.
Zijn huid trekt samen onder het zuur van de citroen. Ik slurp hem naar binnen en proef: hemels, zacht, zee. Geluk! Na de wijn toch even de gedachte: wat deed ik?
Natuur....? Eten en gegeten worden....?
Ik eet ze nog steeds! Els Wennekendonk, educatief medewerkster