Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Gewone zwanenmossel

afmetingen:

tot 20 centimeter

kleur:

buitenkant bruingroen, binnenkant met parelmoerkleuren

voedsel:

fytoplankton

vijanden:

ratten, muskusratten, otters

voortplanting:

geslachtelijk

  • Ned: Gewone zwanenmossel
  • Lat: Anodonta cygnea
  • Eng: Swan mussel
  • Dui: Große Teichmuschel
  • Fra: Anodonte des cygnes
  • Dan: Dammusling
Zwanenmossel, naar http://www.zs.sudice.indos.cz

Gewone zwanenmossel

De gewone zwanenmossel heeft een dunne breekbare schelp. Hij komt voor in stilstaand zoet water. Hij kan zich met zijn voet een klein beetje bewegen. Er is één geval bekend van een zwanenmossel die na een mechanische schoonmaakactie op de oever terecht was gekomen, en uit zichzelf weer het water in is 'gekropen'. Dit is echter een zeldzaam geval, meestal komen ze niet verder dan een paar centimeter. In deze mossels zitten vaak parels. Het is dus maar goed dat ze niet hard kunnen rennen, zo zijn ze makkelijker te vangen!

  • Verspreiding en habitat

    De gewone zwanenmossel leeft ingegraven in de bodem, in gebieden met stilstaand zoet water.

  • Parasieten worden gastheren

    De larven van de gewone zwanenmossel parasiteren op vissen, net als die van de schildersmossel. De volwassen mosselen wordt op hun beurt 'gebruikt' door de bittervoorn. Het wijfje van de bittervoorn legt haar eitjes met een legbuis in de lichaamsholte van zoetwatermosselen. De eieren ontwikkelen zich tussen de kieuwen van de mosselen, maar zijn geen parasieten. In de eieren zit namelijk genoeg voedsel om de visjes te laten ontwikkelen. Als de visjes ver genoeg ontwikkeld zijn, verlaten ze de mosselen.