- Ned: Bruinwieren
- Lat: Phaeophyceae
- Eng: Brown seaweeds, brown algae
- Dui: Braunalgen
- Dan: Brun tang

Bruinwieren
Bruinwieren zijn vaak stevige wieren. Ze groeien op een stevige ondergrond, meestal in de getijdenzone, en ze kunnen de golven goed verdragen. Verschillende soorten hebben met lucht gevulde blaasjes, waardoor ze beter drijven. Vaak spoelen er grote bossen bruinwieren aan op het strand. Tussen de wierbossen zijn vaak allerlei kleinere wiersoorten en zeedieren te vinden. Bruinwieren hebben naast het bladgroen een bruine kleurstof. In Nederland komen zo'n 80 soorten voor.
Op Texel
Op Texel zijn weinig plekken waar geen zand en slib in de getijdenzone ligt, en dat maakt het moeilijk voor bruinwieren om houvast te vinden. Toch groeien er zo'n tien soorten. Aan het strand spoelen veel meer soorten bruinwieren aan, die nergens in Nederland voorkomen. Een voorbeeld is riemwier. Dit wier groeit langs de kusten van Het Kanaal. Daar raakt het, bijvoorbeeld door een storm, nogal eens los van de ondergrond komt het in dikke paketten met de zeestromen en de zuidwestenwind naar hier gedreven.
Zie ook
Info
Copyright Ecomare
print

