Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Zeegras

afmetingen:

groot (blad): 20 tot 50 centimeter lang, 2-9 millimeter breed
klein (blad): 4 tot 25 centimeter lang, 0,5-1,5 millimeter breed

kleur:

blad: groen

bloeitijd:

juni tot de herfst

bestuiving:

onderwater!

voortplanting:

wortelstok, zaad verspreid door water, vogels en vissen

levensduur:

overblijvend

  • Ned: Groot zeegras
  • Lat: Zostera marina
  • Eng: Eelgrass (seawrack)
  • Dui: Gemeines Seegras (Großes Seegras, Gewöhnliches Seegras)
  • Dan: Havgræs (almindelig bændeltang)
  • Ned: Klein zeegras
  • Lat: Zostera noltii
  • Eng: Eelgrass
  • Dui: Zwerg-Seegras (Kleines Seegras)
  • Dan: Havgræs (dværg-bændeltang)
Groot zeegras,, Foto Fitis www.fotofitis.nl

Zeegras

Groot zeegras is een zaadplant die in zee leeft. Het is dus geen wier. Zeegras heeft wortels en zaden, net als landplanten. In de noordelijke Zuiderzee, het gebied dat nu westelijke Waddenzee heet, kwamen tot 1932 uitgestrekte velden met zeegras voor. Dat waren de 'wierwaarden', want zeegras werd in de volksmond gewoon 'wier' genoemd. Vooral op Wieringen, toen nog een eiland, verdienden veel mensen een boterham met het oogsten en verhandelen van zeegras. Het werd veel gebruikt, bijvoorbeeld als vulling voor kussens en matrassen. Veel dijken langs de kusten van de Zuiderzee waren gemaakt van gestapeld zeegras. Nu is het praktisch verdwenen, niet alleen in de Waddenzee maar ook in de Zeeuwse delta.

Op Texel


Maritiem en Juttersmuseum, Patrick Piersma

In het natuurreservaat Ottersaat, net ten noorden van Oudeschild, is nog een stukje wierdijk bewaard. Op het terrein van het Maritiem en Juttersmuseum staat een oude wierschuur, waar vroeger zeegras werd opgeslagen. In vroeger eeuwen hadden Texelse en Wieringer wiervissers vaak ruzie over het gebruik van de zeegrasvelden, die op de platen van de noordelijke Zuiderzee lagen.

  • Zeegras in Duitse wateren

    Groot zeegras verdween in de jaren ’30 van de vorige eeuw ook in Duitsland. Maar in de 21e eeuw nam klein zeegras juist toe rond de Duitse Waddeneilanden Sylt, Amrum en Föhr.

    Op luchtfoto’s kun je zien dat er nu net zo veel zeegras groeit als in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. En dat terwijl tussen 1950 en 1990 de hoeveelheid zeegras was afgenomen met 60 %!

    Lange tijd begrepen wetenschappers niet hoe het kwam dat klein zeegras zich zo snel herstelde, zelfs nadat het door ganzen was afgevreten. Ze waren bang dat de zeegrasvelden kwetsbaar waren door inteelt. Maar nu hebben ze ontdekt dat er veel kruisbestuiving plaatsvindt, dus er is geen gevaar voor inteelt. Bovendien zitten rond een zeegrasveld zaadjes in de bodem van 0-3 jaar oud. Als een veld dus beschadigd raakt door vogels of een storm, ontkiemen die zaden meteen.

    Als nieuwe zeegrasvelden niet zo gemakkelijk groeien komt dat waarschijnlijk doordat geen zaden in de bodem aanwezig zijn.

  • Ondergrondse samenwerking

    Zeegras kan geen zwavel verdragen. Toch groeit het op modderige bodems waar die giftige stof voorkomt. Niemand begreep hoe dat mogelijk was. Maar nu heeft een onderzoeksproject van het NIOZ en twee universiteiten het raadsel opgelost.

    Een poosje geleden zijn 100 miljoen jaar oude fossielen onderzocht. Daaruit bleek dat er toen al een verband bestond tussen een schelpensoort uit de familie van de Luscinidae, bacteriën en zeegras. Die kleine schelpdieren leven tussen de wortels van de plant. Zij ‘kweken’ bacteriën in hun kieuwen. De bacteriën gebruiken zwavel om te kunnen groeien en ze nemen het op voor het zeegras kan aangetast wordt.

    In het laboratoriumtest zetten onderzoekers potten met schelpdieren met en zonder zeegras, en potten met zeegras met en zonder schelpdieren neer. Het zeegras groeide beter in de potten met schelpdieren erbij. Maar ook de schelpdieren deden het beter in combinatie met zeegras! De plant gaf zuurstof aan de schelpdieren via de wortels en de bacteriën in de schelpdieren zorgden voor de verwijdering van de zwavel.

    Schelpdieren uit deze familie komen niet voor in de Nederlandse Waddenzee. Het zeegras in de Waddenzee zal het dus zonder de bacteriën moeten doen.

  • Biotoop op zich
    , Mike Baird, via www.flickr.com

    Zeegrasvelden vormen een biotoop op zich. Ze zijn voor veel dieren van belang. Smienten, rotganzen, knobbelzwanen en meerkoeten begrazen de velden. Door het verdwijnen van de grote zeegrasvelden zijn veel van deze vogels aan de andere kant van de dijk, op het boerengrasland, gaan foerageren. Ook de zeepissebed voedt zich met groot zeegras. Zeenaalden zijn vissen die het best gedijen in zeegrasvelden. Verder zijn zeegrasvelden van belang als kinderkamer voor jonge vissen.
    Zeegras heeft helder zeewater nodig om voldoende licht te krijgen voor fotosynthese. Dat heldere water is vaak voedselarm. Om toch voldoende voedingsstoffen op te kunnen nemen, heeft de plant een uitgebreid wortelstelsel waarmee het de voedingsstoffen uit de zeebodem kan halen. Vertroebeling van het water door eutrofiëring of het opwervelen van deeltjes door veranderende waterstromingen kan leiden tot het verdwijnen van de soort op bepaalde plaatsen. Wanneer er meer voedingsstoffen in het water voorkomen krijgen algen en wieren een betere concurrentiepositie ten opzichte van zeegras omdat deze geen energie hoeven te steken in een wortelstelsel. En als er meer algen in het water voorkomen is er minder licht beschikbaar voor het zeegras. Daarnaast maakt zeegras bij een grotere aanvoer van meststoffen meer blad en minder wortels, waardoor de plant sneller losslaat bij stormen.

  • De wierziekte

    Tot 1932 was alleen al in de Nederlandse Waddenzee meer dan 150 vierkante kilometer (15.000 hectare) bedekt met zeegras, ook in de rest van het waddengebied was een grote oppervlakte bedekt met zeegras. In 1932 kreeg het zeegras te maken met een infectieziekte. Deze werd waarschijnlijk veroorzaakt door de schimmel Labyrinthula zosterae die zowel de bladeren als de wortelknolletjes kan aantasten. De wierziekte trof een jaar eerder vrijwel alle velden groot zeegras langs de Atlantische Oceaan, zowel aan de West-Europese als Noord-Amerikaanse kant. De smalbladige, in de getijdenzone levende vorm van groot zeegras, bleef grotendeels van wierziekte verschoond en op klein zeegras had de epidemie geen vat. In de loop van de jaren veertig van de vorige eeuw begon groot zeegras zich in het buitenland van de epidemie te herstellen.
    In de Nederlandse Waddenzee heeft het zeegras zich jarenlang niet van de wierziekte kunnen herstellen. Het oppervlakte zeegras in de Nederlandse Waddenzee was nog geen vierkante kilometer in totaal. Groot zeegras was alleen te vinden in het havengebied van West-Terschelling en op de Hond/Paap in het Eemsmondgebied. Klein zeegras kwam voor bij Terschelling en op drie plaatsen langs de Groningse kust. Eind 1996 kwam hier verandering in toen langs de Groningse kust, tussen Lauwersoog en de Eemshaven, weer groot zeegras werd aangetroffen. Dit kan betekenen dat in de toekomst de voor de Waddenzee zo kenmerkende zeegrasvelden weer terug kunnen komen.
    Sommige biologen nemen aan dat het verdwijnen van zeegras het gevolg was van een combinatie van factoren. De zomers van 1931 en 1932 waren extreem somber. Bovendien kwam de Afsluitdijk gereed. Het storten van zand en klei verhoogde de troebelheid van het waddenwater. Door de combinatie van relatief weinig zonlicht en troebelheid kwam er mogelijk te weinig zonlicht op de bladeren van het groot zeegras terecht. De afsluiting van de Zuiderzee had bovendien een nieuw stromingspatroon in de Waddenzee tot gevolg, waardoor erosie en sedimentatie de groei van het zeegras verstoord kunnen hebben. Ook de vervuiling van het water (giftige stoffen en eutrofiëring) heeft waarschijnlijk bijgedragen aan het verdwijnen van de zeegrasvelden.
    In het deltagebied heeft de infectieziekte minder sporen nagelaten. In de Grevelingen groeide voor de afsluiting in 1971 ongeveer 1000 hectare aan velden groot zeegras. Na het dichten van de dam breidden de velden zich explosief uit, wellicht door de toegenomen beschutting door het wegvallen van de getijdenwerking en de grotere helderheid van het water. In 1978 hadden de zeegrasvelden in de Grevelingen een gezamenlijke oppervlakte van 4000 tot 5000 hectare. Daarna ging het bergafwaarts en de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw geven grote schommelingen in de begroeide oppervlakten te zien. De oorzaken daarvan zijn niet duidelijk.

  • Wiervisserij
    Wiervangst in de haven van den Oever., Historische Vereniging Wieringen

    Vroeger werd zeegras gebruikt als compacte vezelige massa om dijken te bouwen. In die tijd maaide men de zeegrasvelden en ook drijvend materiaal werd opgevist. Deze visserij werd wiervissen genoemd. De oudste meldingen van wiervisserij dateren van omstreeks 1300. Eeuwenlang was de wiervisserij voor de bewoners van de waddenkust een belangrijke bron van inkomsten. In wierschuren werd het zeegras gedroogd. Vooral op Wieringen werd veel zeegras verwerkt. Walvisvaarders gebruikten balen zeegras als stopmiddel tegen lekken. Verder werd zeegras gebruikt als vulmiddel voor matrassen en kussens. Een snufje zeealsem zorgde ervoor dat vlooien vertrokken. Na het verdwijnen van het zeegras uit de Waddenzee na 1932 is de wiervisserij als middel van bestaan op de eilanden verdwenen.

  • Herintroductie van zeegras in de Waddenzee

    In de Zuiderzee en de Waddenzee lagen vroeger uitgestrekte zeegrasvelden. Ze waren belangrijk voor dieren en mensen. Maar de aanleg van de Afsluitdijk en een infectieziekte maakte daar een eind aan. Nu vind je nog maar op enkele plaatsen in de Waddenzee en het deltagebied zeegras. Sinds 1993 proberen biologen zeegras terug te krijgen in de Waddenzee. Dat is niet altijd makkelijk.
    Zeegras groeit op plaatsen die geregeld of altijd onder water staan en waar de stroming zwak is. Het meeste zeegras vind je nu in het noordelijke deel van de Waddenzee, in de luwte van de eilanden of van zandbanken. In het zuiden en het midden zijn de zeegrasvelden kleiner en het zijn er ook minder. Er zijn enkele plekken waar zeegras het goed doet, bijvoorbeeld in de Jadebusen (vooral klein zeegras) en langs de kust tussen de Weser en de Elbe in Duitsland. Daar groeit vooral groot zeegras.
    In september 2011 startte de Waddenvereniging een project om op drie plaatsen zeegras in de Waddenzee terug te brengen. Rond het Duitse eiland Sylt verzamelden ze plantjes met zaad. Langs de kust van Schiermonnikoog, Terschelling en het Balgzand werden ze uitgeplant. Het is te hopen dat de zaden zullen aanslaan.