Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
, Ecomare, Sytske Dijksen

Ecologie van mossen

De aan- of afwezigheid van (bepaalde) mossen kan ecologen inzicht geven in de heersende milieuomstandigheden. Een aantal mossen kan zelfs gebruikt worden als bio-indicator.

Op Texel


, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

De Texelse duinen zijn kalkarm, zoals alle duinen in het Waddengebied. Dus zijn daar vooral de mossoorten van kalkarme duinen te vinden. Maar langs schelpenpaadjes vind je ook soorten van kalkrijke duinen, zoals het duinsterretje.

  • Het nut en de ecologische functies van mossen
    Plukjes mos omgewoeld door vogels, Sytske Dijksen, www.fotofitis.nl

    Mossen groeien meestal in grote groepen op de grond. Op deze manier wordt de bodem tegen erosie door zowel wind als regen beschermt. Doordat mossen vocht en humus vasthouden ontstaat er een goed microklimaat voor de ontkieming van zaden en sporen. De bodem wordt echter ook afgesloten, waardoor niet alle zaden tot ontkieming kunnen komen. Mossen bieden een uitstekend leefmilieu voor spinnen, mijten, insecten, wormen en andere kleine dieren. De sporenkapsels worden door onder andere muizen gegeten. Doordat ze net zoals alle andere groene planten bladgroen bezitten, produceren ze zuurstof.

  • Standplaats
    , Ecomare, Sytske Dijksen

    De meeste mossen hebben een voorkeur voor een specifieke standplaats. De standplaats wordt gevormd door zowel abiotische (van niet-levende oorsprong) factoren: klimaat, grondsoort en bodemvochtigheid als biotische (van levende oorsprong) factoren: dieren, andere planten en mensen. Voor mossen zijn de volgende abiotische factoren van belang: vochtgehalte (niet zo zeer van de bodem zelf als wel de luchtvochtigheid), de zuurgraad van de bodem, de beschikbaarheid van voedingstoffen en de luchtkwaliteit.
    In de duinen zijn veel verschillende standplaatsen te vinden. Deze onderscheiden zich van elkaar door het verschil in kalkrijkdom, lichtintensiteit, vochtigheid en voedselrijkdom. De uitwerking die de verschillende milieufactoren hebben op het voorkomen van bepaalde mossen wordt duidelijker bij een wandeling door de duinen. De grootste verschillen zijn er tussen de noord- en zuidhellingen. Op de zuidhellingen groeien de mossen in grauwe pollen. Op de noordhelling en in vochtige duinvalleien groeien ze daarentegen in fris groene pollen.

  • Kalkrijkdom
    , Sytske Dijksen, www.fotofitis.nl

    Naast de verschillen tussen de kalkrijke en kalkarme duinen zit er ook nog verschil in de kalkrijkdom van de binnen- en buitenduinen. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat in de binnenduinen de neerslag voor kalkuitspoeling zorgt, terwijl in de buitenduinen steeds nieuw kalkhoudend zand aangevoerd wordt. De kalkrijkdom heeft direct invloed op de zuurgraad van de bodem. Bevat de bodem weinig kalk dan is hij zuur en groeien er voornamelijk zuurminnende soorten, zoals gewoon knopjesmos (foto). Op bodems met veel kalk groeien voornamelijk kalkminnende mossoorten, zoals gewoon puntmos.

  • Vochtgehalte

    Het vochtgehalte van de lucht heeft een grotere invloed dan die van de bodem, aangezien mossen geen wortels hebben om water op te nemen. Mossen kunnen zich met weinig vocht toch nog ontwikkelen. Het vochtgehalte in de duinen kan van plaats tot plaats sterk verschillen. Op de zuidhellingen, waar de hele dag de zon op schijnt, staan vooral soorten die met erg weinig vocht toe kunnen. Dit in tegenstelling tot de noordhellingen die gedurende een groot deel van de dag in de schaduw en daardoor vochtiger blijven.

  • Lichtintensiteit

    Mossen kunnen over het algemeen met veel minder licht toe dan planten. Sommige mossen kunnen zelfs in het begin van grotten groeien, dit zijn echter wel een uitzonderingen. In de duinen kunnen verschillen in lichtintensiteit gevonden worden tussen noord- en zuidhellingen en in de schaduw van andere planten.

  • Mossen als indicatoren
    Ruig haarmos, Sytske Dijksen, www.fotofitis.nl

    Net als veel andere planten geven mossen een indicatie van de heersende milieu-omstandigheden. Mossen reageren sneller op veranderingen in het milieu dan de hogere planten. Dit komt doordat mossen water en voedingsstoffen opnemen via de bladeren, direct uit de lucht. De hogere planten hebben wortels voor de opname van de benodigde stoffen. Wortels zitten vaak diep in de grond en reageren daarom langzamer op veranderingen in het milieu. Kleine verschillen in (abiotische) milieuomstandigheden, waaronder iets meer licht, vocht, of kalk, vallen aan de verschillen in de mosflora af te lezen. Aan de hogere planten zijn deze verschillen niet af te lezen doordat op de diepte waar hun wortels zitten deze verschillen niet meer bestaan.
    Door de verschillende eigenschappen van de verschillende soorten mossen kan de aanwezigheid van een soort inzicht geven in de processen die zich er afspelen. Mossen die op aan overstuiving blootstaande plaatsen groeien zijn bijna allemaal soorten met omhoog groeiende stengels. Onder struwelen en op andere beschutte plaatsen groeien voornamelijk kruipende mossen. Onder droge omstandigheden hebben mossen geplooide bladeren en een omgerolde bladrand of een bladtop zonder bladgroen, ook wel glashaar genoemd.
    Sommige mossen zijn echte pioniersplanten, ruig haarmos legt stuifzand vast, dit is de eerste stap in de successie. Krulmos en paraplutjesmos groeien op brandplekken en zwaar verontreinigende grond.

  • Overzicht

     

    noordhellingzuidhellingdroog grasland
    groot veen-vedermos kalksmaltandmos smaragdmos
    bossig kronkelsteeltje duinkronkelbladmos buizerdmos
    pluimstaartmos echt zand haarmos groot duinsterretje
    glanzend etagemos hakig kronkelbladmos grijs kronkelsteeltje
    getand knikmos
    geplooid snavelmos kalkrijk duinvalleienbegraasde kwelders
    rozetmos tenger goudmos zilt knikmos
    langkapselsterretje sterrengoudmos kwelderknikmos
    duintrapmos
    kalkgoudmos
    duinsnavelmos