Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Planten   Flora van de zeedijken   

Water en land

Mens en Milieu

Klein darmwier op de dijk, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

Flora van de zeedijken

De natuurlijke kust van Nederland bestaat uit zand en slik. Rotskusten komen hier niet voor, maar de flora van rotskusten wel: die heeft zich gevestigd op de zeedijken, dammen, scheepswrakken en strandhoofden, en bestaat vooral uit wieren. De verdeling van wieren op een dijk is niet willekeurig. Er zijn duidelijk horizontale zones te zien. Ieder niveau tussen laag- en hoogwater wordt gekenmerkt door andere soorten. Op zeedijken groeien ook vaak korstmossen.

Op Texel


, Sytske Dijksen, www.fotofitis.nl

Op de meeste plaatsen langs de Waddenzee, en dus ook op Texel. is er te veel zand en slib om een fraaie wierbegroeiing mogelijk te maken. De rijkste wierflora op Texel is te vinden op de dijk van ít Horntje, ter hoogte van het NIOZ-gebouw. Daar loopt het Marsdiep vlak langs, en tot op grote diepte ligt er geen zand of slib. Hier groeien ook suikerwier en vingerwier, de grote bruinwieren van de onderste zone. Ze worden daar overigens niet erg groot. Boven de gemiddelde hoogwaterlijn komen op de dijk bijzondere soorten korstmossen voor. Deze zijn bestand tegen opspattend zeewater.

  • Begroeiingszones op dijken
    Klein darmwier op de dijk, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

    Boven de hoogwaterlijn (de zogenaamde spatzone), en in het bovenste gedeelte van de getijdenzone vindt men vooral groenwieren, zoals darmwier en zeesla en twee bruinwiersoorten: groefwier en kleine zee-eik. Lager in de getijdenzone, tot aan de laagwaterlijn, komen vooral bruinwieren zoals blaaswier en knotswier voor. Ook tref je hier roodwieren aan in de beschutting van de bruinwieren: iers mos en wijnrood korstwier. Vlak onder de laagwaterlijn komt soms een heel soortenrijke zone voor, namelijk die van suiker- en vingerwier. Deze grote bruinwieren van het geslacht Laminaria kunnen enorme wiervelden vormen, de zogeheten kelpwouden. In deze zone groeien verder vele fraaie soorten roodwieren. In Nederland komt deze wierflora zelden voor, omdat dijkvoeten beneden de laagwaterlijn meestal met zand of slib bedekt zijn. In de Oosterschelde, bij Vlissingen, Westkapelle, Den Helder, Texel en Terschelling komt het voor. In Duitsland, bij Helgoland, vallen een paar kleinere kelpwouden te vinden.
    De zonering van wieren hangt samen met de kleursamenstelling van het in het water doordringende licht. Licht is opgebouwd uit verschillende kleuren. De zonering wordt bepaald door verschillen in lichtbehoefte en weerstand tegen uitdroging bij de verschillende soorten. Groenwieren hebben rood licht nodig. Aangezien dit slecht doordringt zal men groenwieren alleen op geringe diepte aantreffen. Bruin- en roodwieren kunnen blauw en groen licht gebruiken, en dat licht dringt verder door. Hierdoor kunnen bruin- en roodwieren dieper in het water voorkomen. De laag voorkomende wiersoorten zijn niet zo goed bestand tegen uitdroging als de hoger op de dijk groeiende wieren.

  • Pleisterplaats voor dieren

    Wieren spelen een ondergeschikte rol in de voedselketen in zee. Ze zijn letterlijk een randverschijnsel. Wel worden ze door sommige dieren gegeten. Zo worden wiervelden afgegraasd door zee-egels en slakken, zoals de alikruik. Wieren geven ook beschutting aan een uitgebreide gemeenschap krabben en kreeftjes, zee-anemonen, schelpdieren en andere zeedieren. De dikke bruinwier-pakketten beschermen ze bij laag water tegen uitdroging en temperatuurswisselingen.