Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Griend (eiland)

aantal inwoners:

0

hoofddorp:

geen

oppervlakte land:

0,5 vierkante kilometer

belangrijke bronnen van inkomsten:

geen

overnachtingsplaatsen:

enkele, voor vogelwachters

bijzondere dieren:

grote stern, middelste zaagbek, grijze zeehond

bijzondere planten:

 

bijzondere landschapskenmerken:

beschermd door kunstmatige duinenrij

Griend, GCN Terschelling

Griend

Het vogeleiland Griend ligt binnen de gemeentegrenzen van Terschelling, ongeveer halverwege tussen het eiland en Harlingen. Ooit was het veel groter, bewoond, en beroemd om zijn kaas. Nu is het bekend om het rijke vogelleven. Daarnaast is het één van de belangrijkste hoogwatervluchtplaatsen in het waddengebied. Om deze reden valt het eiland onder de Natuurbeschermingswet. Zonder beschermende maatregelen van de mens zou het eiland waarschijnlijk al lang in de golven verdwenen zijn.

  • Ligging

    Op de rand van het waddengebied ligt van west naar oost een rij prachtige eilanden. Ze zijn gevestigd op oude schoor- of strandwallen die zich duizenden jaren geleden vormden op deze langzaam oplopende kust. De eilanden worden zowel 'Waddeneilanden' als 'Noordzee-eilanden' genoemd.

    In het waddengebied ligt nog een eilandje, maar dit eilandje ligt niet op zo'n oude schoorwal aan de rand, maar midden in het gebied. Het is het eiland Griend, nog geen 500 meter in doorsnee, dat met enig recht het enige echte 'waddeneiland' kan worden genoemd.

  • Ontstaan

    Griend wordt altijd in één adem genoemd met Terschelling. Het eilandje is echter op een heel andere manier ontstaan.

    Begin Middeleeuwen lagen er ten zuiden van Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog uitgebreide kweldervlaktes. Via dergelijke kweldervlaktes zijn waarschijnlijk de eerste pioniers naar Terschelling getrokken. Griend, toendertijd een dorpje of stadje, lag ook op het hoogste deel van zo'n uitgestrekt kweldergebied. Tijdens de St. Luciavloed, op 14 december 1287, spoelde het dorpje Griend vrijwel compleet weg. Het gebied werd een soort 'hallig': een eilandje opgebouwd uit kwelderresten (in het Duitse waddengebied komen ze nog voor). Door afkalving door de zee ontstond een klifkust, die beetje bij beetje in zee verdween. Eind 14e eeuw was het oppervlak van Griend nog 165 hectare.

    Op een gegeven ogenblik vond er door het Vlie een tijdlang een grote zandaanvoer plaats (misschien door uitschuring van het zeegat of door een grote afslag elders). Een deel van dit zand zette zich af op Griend, dat precies in de lijn van het zeegat lag, waardoor er een lage strandwal van enkele meters hoog ontstond, met de vorm van een sikkel of barchaan.

    Al sinds honderden jaren is er geen sprake meer van een kweldervlakte. Griend is nu het hoogste deel van de zogenaamde Grienderwaard, een uitgestrekte wadplaat, met vrij dicht onder het oppervlak nog de oude klei- en zandpakketten. Vooral aan de noordwest kant ligt de Grienderwaard open voor zee: de niet geringe stroom van het Vlie. Over de waard heen tast deze stroming bij storm de lage strandwal met duintjes van het eilandje regelmatig aan.

    Westwaarts van de Grienderwaard liep de Vliestroom, noordwaarts de Meep, en zuidwaarts de Blauwe Slenk. Aan drie kanten was de plaat dus omgeven door diepe geulen. Aan de oostkant was er een overgang naar de wadvlakte onder de Friese kust.

    Onder invloed van water en wind verplaatste het sikkelvormige eilandje Griend zich geleidelijk in oostelijke richting. Tussen 1850 en 1910 is de verplaatsing ongeveer 350 meter. Volgens berekeningen moest dit sinds de 13e eeuw in totaal meerdere kilometers zijn geweest. Het totale oppervlak was eind 19e eeuw ongeveer 25 hectare.

    Tot 1932 was er steeds evenwicht tussen aantasting en aangroei; zand dat aan de westkant wordt weggeslagen, kwam oostwaarts weer ten goede aan het eilandje. Fijn slib bezonk oostelijk en vormde er nieuwe kwelders tussen de armen van de strandwal.

    Door een ondiepe geul, meer een verlaging in de bodem, in de Grienderwaard reikte de Vliestroom bij vloed tot aan Griend. Hier splitste zich dit geultje en een noordelijk en een zuidelijk deel: het zogenaamde zwin. Het was een ondiep geultje, dat alleen bij laag water zichtbaar was en zich sikkelvormig uitstrekt voor de sikkelvormige strandwal.

    In 1913 had de Texelse familie Lap rechten op Griend. De eveneens Texelse natuurbeschermer en vogelkenner Drijver stelde al in dat jaar voor Griend aan te kopen en er een natuurgebied van te maken.

  • Ontwikkeling na 1932; bedreigingen

    Begin dertiger jaren van de vorige eeuw gebeurde er het één en ander. Door het afsluiten van de Zuiderzee veranderde de stroomrichting van de Vliestroom, en door het groter worden van het verschil tussen laagwater en hoogwater nam de stroomsnelheid toe. Hoewel het er volkomen los van staat, ging tegelijkertijd het groot zeegras massaal dood, door een ziekte. Bij het natuurlijk afsterven in de herfst, vormde dit zeegras dikke pakketten, die onder andere op de kust van Griend terecht kwamen: een redelijke bescherming tegen aanvallen van de zee bij stormweer.

    Door deze voor Griend negatieve ontwikkelingen werd het eiland steeds meer bedreigd door aanvallen vanuit noordwestelijke richting. Verschillende keren dreigde de strandwal in het midden door te breken en eilandje in tweeën te breken. De strandwal werd steeds smaller, het zwin kon de verplaatsing niet meer volgen en bleef een 100 meter achter. Griend raakte steeds vaker overspoeld, met voor de natuur soms rampzalige gevolgen. Hoewel in rustiger periodes wel weer aangroei plaatsvond, overheerste de afslag.

    De mensen van Rijkswaterstaat deden steeds weer pogingen de schade te herstellen of op zijn minst te beperken. Gaten werden gedicht, en complete zanddijken opgespoten voor de aangetaste strandwal. Succes was steeds van tijdelijke aard.

    Tenslotte werd de hulp ingeroepen van het Waterloopkundig Laboratorium te Delft. De conclusie luidde dat er een zanddijk moest worden aangelegd van west naar oost langs de west en noordzijde van het eiland. Stromingen zouden er dan weinig vat op hebben, en het sloot het best aan bij de natuurlijke verplaatsing van Griend. Het zand aan de westkant zou bescherming bieden en moest de begroeiing een duwtje in de rug geven. Bovendien diende het als zandbuffer om het wandelen van het eiland weer beter mogelijk te maken. Volgens computerberekeningen moest Griend weer zeker 80 jaar meekunnen. In 1988 was de zanddijk gereed, en de eerste jaren ging het goed. Daarna is het afwachten of Rijkswaterstaat het met de computerberekening bij het rechte eind heeft gehad.

  • De waarde van Griend

    Waarom al die moeite voor zo'n klein eilandje van nog geen 25 hectare gedaan?
    Eigenlijk doet de kale naam Griend het eilandje tekort. Het eilandje wordt een terechte eer aangedaan door het 'vogeleiland Griend' te noemen. Mensen hebben er niets te zoeken, een heel bijzondere vegetatie komt er ook niet voor; nee, het zijn de vogels die het eilandje tot zo iets bijzonders maken, dat er miljoenen euro's in gestoken worden om het te behouden.

    Het is één van de belangrijkste broedgebieden van de grote sterns, en een belangrijk broedgebied voor noordse sterns en visdiefjes. Allemaal sterntjes dus. Daarnaast is de ongeveer 8000 hectare grote Grienderwaard een belangrijk voedselgebied onder andere voor talloze vogels op trektocht. Alleen te benutten met het vogeleiland Griend als hoogwatervluchtplaats in de buurt. Ten behoeve van deze vogels heeft de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten het eilandje al in de huur sinds 1917, en sinds 1975 in erfpacht.

  • Vegetatie
    Griend, Ecomare

    Het vogeleiland Griend wandelt. Enige tientallen jaren nadat een kwelder aan de oostkant is gevormd, komt deze aan de westkant weer te voorschijn. Het hele eilandje is er overheen gegaan! Een vegetatie kan zich niet of nauwelijks ontwikkelen. Steeds weer kunnen de pioniers onder de planten opnieuw beginnen. Van successie (plantengemeenschappen die elkaar bij veranderende omstandigheden opvolgen) is nauwelijks sprake. Door een toename van overstromingen wordt het leven onmogelijk gemaakt aan planten die daar een hekel aan hebben. In periodes van afslag neemt daarom het aantal soorten af en wordt de vegetatie dunner.

    In periodes dat Rijkswaterstaat zijn best doet voor enig behoud of zelfs uitbreiding verschijnen vindt er enige successie plaats en krijgen weer meer soorten een kans, tot de volgende serie aanvallen van de zee.

  • Vogeleiland

    Altijd zijn er vogels op het vogeleiland Griend te vinden. Meestal veel tot heel veel. Dat is ook al eeuwen zo geweest. Eieren rapen op Griend was vroeger een geliefde bezigheid onder de eilander bevolking van Terschelling.

    Het hele jaar door is Griend hoogwatervluchtplaats voor talloze vogels. In het zomerhalfjaar zijn het echter vooral de broedvogels die er de dienst uitmaken. En dan nog wel een speciaal soort broedvogels: in kolonies broedende vogels.

  • Koloniebroeders

    Uit sterns en meeuwen bestaat de koloniebroedbevolking van Griend. één meeuwensoort: de kokmeeuw. En drie, soms vier, sterns: de grote stern, de noordse stern, het visdiefje en soms de dwergstern; maar het aantal van deze laatste mag nauwelijks naam hebben.

    De sterns verschijnen ongeveer tegelijkertijd in hun broedgebied. De eersten begin april.
    De grote sterns met de zwarte poten, zwarte snavel met gele punt en 'kuif' broeden op de strandwal vlak bij elkaar. Meer dan de helft van de totale grote stern populatie van ons land broedt op Griend. In 2001 waren er 8207 paartjes grote sterns geteld.

    De noordse stern, die in Nederland zo ongeveer de zuidgrens van haar broedgebied bereikt, is een vrij zeldzame broedvogel in onze contreien. Griend herbergt ongeveer éénderde van de Nederlandse populatie. De paartjes broeden er aan de rand van het strand in kaal zand.

    Ook een flink deel van de Nederlandse visdiefpopulatie komt op Griend voor. In een goed jaar kan het dan al gauw om meer dan 1000 paren gaan. Ze zoeken op de strandwal de vrij dichte begroeiing.

    En daartussen zitten duizenden paren kokmeeuwen, de bekende meeuw met de zwarte kop. Ze vullen als het ware de laatste gaatjes die er over zijn op. Overal waar maar een redelijke vegetatie aanwezig is, zijn ze te vinden. Vooral op de strandwal.

    Broeden op Griend heeft zo zijn voordelen. Er zijn geen roofzoogdieren zoals vossen, bovendien broeden er ook geen rovende vogels als de zilvermeeuw. Griend ligt daarnaast uiterst gunstig ten opzichte van de rijke visgronden.

  • Toegankelijkheid

    Griend is niet toegankelijk. Sterker nog, het is verboden terrein. De Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten heeft het in erfpacht en heeft het eilandje bestemd voor de vogels. Het is één van de heel weinige gebieden in Nederland, die uitsluitend bestemd zijn voor de natuur en, afgezien van onderzoek, geen ander medegebruik hebben. Af en toe organiseert Natuurmonumenten een dag om zwerfvuil, zoals netten, plastic, gloeilampen, vaten en flessen, te verzamelen om het eiland weer schoon te maken.

    Gedurende het hele zomerhalfjaar zijn er twee vogelwachters op het eilandje aanwezig, om nieuwsgierigen op afstand te houden. Ook wordt er onderzoek aan kanoetstrandlopers vanuit het NIOZ gedaan.

Vliegende vrachtwagens op een onbewoond eiland

Op Griend heb ik meegemaakt dat bij opkomend water 28.000 bonte strandlopers over mijn hoofd vlogen. Dat maakte enorme indruk op mij, vooral het geluid. Het was alsof er een vrachtwagen voorbijging, al die kleine vogeltjes bij elkaar.
Allemaal onderweg van Afrika naar Siberië. Dat zie ik de meeste vrachtwagens niet doen!

Jaco Spek, medewerker Educatieve Dienst