Sinds enige tijd hebben we zes snotolven uit de dierentuin in Bremerhaven in onze collectie. In het aquarium van Bremerhaven Zoo kweken ze deze soort succesvol en wij mochten een aantal van hun jonge vissen hebben. Vooralsnog verzorgen wij ze achter de schermen. Ze hebben hun naam niet mee, maar het zijn ontzettend leuke visjes met een heel aandoenlijk uiterlijk.

Nieuwsgierig
De snotolven zijn heel nieuwsgierig en komen meteen naar het glas als daarachter iets gebeurt. Als er een dierverzorger met eten bij het aquarium staat, bijvoorbeeld. Wij voeren ze heel fijngesneden vis, inktvis, garnalen en mosselen. In de natuur eten snotolven vooral kleine ronde kwalletjes. Maar ze doen het ook prima op wat wij ze voeren.
Vasthechten
De snotolven die wij hebben zijn zo’n 7 cm lang. Ze kunnen tot wel 60 cm lang worden, dus dit zijn nog echte kleintjes. Bijzonder aan snotolven is, dat hun buikvinnen zijn vergroeid tot een zuigschijf. Ze kunnen zich daarmee vasthechten aan harde oppervlakten. Snotolven leven in de buurt van en op de bodem. Tussen februari en april trekken ze, vaak in paren, naar kustgebieden om daar te paaien.
Veel eieren
Zoals zoveel vissen produceert ook deze soort enorme hoeveelheden eieren. Het vrouwtje zet ze af in grote klompen, op een stenige ondergrond met begroeiing. De bewaking van de eieren laat ze over aan het mannetje. Als na zo’n 6 weken de eieren uitkomen, is ook het mannetje klaar met zijn taak. Het overgrote deel van de larven zal worden opgegeten, een paar zullen uitgroeien tot snotolven.
Plomp uiterlijk
Na de zomer verdwijnen de snotolven uit de kustgebieden. Uit onderzoek is gebleken dat de vissen grote afstanden kunnen overbruggen. Dat zou je, gezien hun uiterlijk, niet verwachten. Het zijn nogal plompe vissen met korte vinnen. Door hun trage manier van zwemmen, kost het verplaatsen ze weinig energie. Handig als er niet zoveel voedsel beschikbaar is! Hun lichaam kan hoge druk weerstaan, zodat ze ook in diep water op de bodem kunnen leven.