Voor het jaarverslag van Stichting Texels Museum hebben we alle cijfers van vorig jaar op een rijtje gezet. Voor wat betreft de zeehondenopvang deel ik ze hieronder. Jasmijn vertelt volgende week over wat er vorig jaar in de vogelopvang is binnengekomen.

Op het strand
In 2025 zijn we 177 keer naar het strand gereden voor een melding van een zeehond. Zoals misschien inmiddels bekend is, nemen we een dier alleen mee naar de opvang als we er zeker van zijn dat het hulp nodig heeft. Dat gold in totaal voor 66 gewone en 20 grijze zeehonden; 35 gewone en 56 grijze zeehonden hebben we op het strand gelaten. Deze dieren hebben we met verf op hun vacht herkenbaar gemaakt en onder observatie gehouden.
Longwormen
Zeehonden komen om uiteenlopende redenen in de opvang. Je zou misschien denken dat de meeste als pup in de opvang belanden, omdat ze hun moeder zijn kwijt geraakt. De periode dat een zeehondenmoeder voor haar jong zorgt is echter zo kort (3-4 weken), dat dit helemaal niet zoveel voorkomt. De meest-voorkomende reden van opvang was in 2025 een longworminfectie. Dit is een kinderziekte die zeehonden in hun eerste levensjaar kan treffen. Het gaat daarbij altijd om jonge zeehonden die wel al vis hebben gegeten. Ze krijgen de wormen namelijk via de vis binnen.
Verstrikkingen
We hebben het aantal verstrikte zeehonden apart geteld. Hiervan hadden we er vorig jaar zes. Dit is helaas het topje van de ijsberg. De dieren die het geluk hebben op tijd gevonden te worden, kunnen we bevrijden van het netmateriaal dat om hun lichaam zit. Soms kunnen we de zeehond daarna meteen weer vrijlaten, soms is het dier te erg gewond door het net en nemen we hem mee naar de opvang.
Terug naar zee
Een deel van de zeehonden die we meenemen naar de opvang is te ziek om nog te kunnen redden. Deze dieren worden kort na aankomst door de dierenarts geëuthanaseerd. In totaal hebben we 34 zeehonden terug naar zee kunnen brengen. Zij hebben een onderhuidse chip en flippermerk gekregen en zijn zo voor altijd herkenbaar.