Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Landschappen   Rivieren   Delta   Zeeschelde   Zoetwaterschorren   Zoetwaterslikken   Zeeschelde   Westerschelde   Eéngeulensysteem   

Mens en Milieu

Zeeschelde, Kurt Jacobs, via www.Flickr.com

Zeeschelde

De Zeeschelde is het Belgische deel van de Schelde waar de getijden nog merkbaar zijn. Dat is het stuk vanaf Gent tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. In de zijrivieren van de Zeeschelde, zoals de Durme, Rupel, Nete en de Zenne, zijn er metershoge verschillen tussen hoog en laag tij. Bij Gent is dit verschil ongeveer twee meter. Bovenstrooms van Gent zorgen sluizen ervoor dat er in de bovenloop van de Schelde geen getij meer is. De Zeeschelde is een unieke getijdenrivier, met kenmerkende slikken en schorren. Het leven in deze rivier is zich sterk aan het herstellen, na decennia van ernstige vervuiling.

  • Boven en Beneden
    , Ecomare, Thomas Dogger

    De Zeeschelde kan worden opgedeeld in twee zones: Boven Zeeschelde en Beneden Zeeschelde. Er zijn twee grenzen in omloop. De administratieve grens, vooral gebruikt voor de scheepvaart en juridische zaken, loopt tot voorbij Antwerpen. De natuurlijke grens is gebaseerd op de vermenging van zoet en zout water. De Zeeschelde loopt hier vanaf de Belgisch-Nederlandse grens tot aan Schelle (waar de Rupel in de Schelde uitmondt). Vanaf Rupelmonde tot aan Hansweert in Nederland spreekt men van de brakwaterzone (Beneden Zeeschelde). Van Gent tot Rupelmonde is het zoutgehalte zo sterk afgenomen, dat men spreekt van zoet water (Boven Zeeschelde). Deze grenzen zijn dynamisch, want door meer of minder rivierafvoer of door de getijden kunnen de brakwatergrenzen verschuiven.

  • Verborgen planten- en dierentuin
    Vaucheria, Schorrenwerkgroep Natuurpunt

    Dankzij de geleidelijke overgangen in zoutgehalte en voedsel leven er heel veel verschillende planten en dieren in de Schelde. Je kan het beschouwen als een uitgebreid buffet waar elk zijn lekkers vindt. De iets lager gelegen gebieden die bij vloed overstromen, de zoetwaterslikken, hebben een meer verborgen planten- en dierentuin dan de hoger gelegen zoetwaterschorren. De Beneden-Zeeschelde kan beschouwd worden als een uitloper van de kustwateren en van de Westerschelde. Er is een dominantie van zeevissen zoals haring, sprot, bot, diklipharder, kleine zeenaald en grondels. Toch is de invloed vanuit de rivier niet te onderschatten. Zo komen er naast de mariene soorten ook typische brakwatersoorten voor, zoals de spiering, rivierprik en fint en elft, en zoetwatersoorten zoals snoek, snoekbaars, blankvoorn en karper. Met deze hoge verscheidenheid aan vissen is de Zeeschelde uniek in Vlaanderen.

  • Filters en buffers van de rivier

    Slikken en schorren hebben een belangrijke filterende werking op de waterkwaliteit van de Schelde. Ze doen dit door o.a. grote hoeveelheden organische stof, stikstof, fosfor en zwevende stof op te nemen. Organische stof wordt op natuurlijk wijze door de rivieren aangevoerd maar menselijke activiteiten, vooral via het afvalwater van industrie, huishoudens en landbouw, zorgen ervoor dat de belasting veel groter is. Bacteriën breken deze organische stof wel af, maar verbruiken hierbij zuurstof. Verhoogde concentraties van stikstof en fosfor zorgen voor een sterke groei van algen, die ook grote hoeveelheden zuurstof gaan verbruiken. Het zuurstofgehalte in het water daalt dus en door die vermindering hebben vissen en andere organismen het moeilijker om te overleven.

    Het project OMES onderzoekt de invloed van slikken en schorren op de waterkwaliteit van de Schelde. Deze studie toont aan dat de Schelde vanuit de slikken en schorren worden aangereikt met zuurstof en silicium en dat fosfor, stikstof en zwevende stof worden opgenomen.

  • Invloed van de mens
    Afgekalfde oever van een Scheldeschor, VLIZ

    Rivieren moeten de ruimte krijgen om te stromen en te overstromen. Stroomgeulen, slikken, schorren en uiterwaarden vormen dan een natuurlijk systeem waar de geulen meestal vanzelf op diepte blijven. Vandaag zijn echter veel van de natuurlijke overstromingsgebieden van de Schelde en haar zijrivieren ingenomen. Reeds in de tiende eeuw moesten oeverbewoners het Scheldewater buitenhouden door het opwerpen van dijkjes. In de latere eeuwen werden de dijken nog hoger en sterker. En zo ging het verder tot in de twintigste eeuw. Van de 45.000 hectare wateroppervlak die de Westerschelde in 1800 bestreek, is vandaag zo'n 15.000 hectare omgevormd in havengebied en industrieterreinen, akkerland, poldergrasland of binnendijks natuurgebied. Ook de totale oppervlakte van de Zeeschelde is in diezelfde tijdsspanne met een derde gekrompen. Grote steden zijn in het winterbed van de rivieren in het Zeescheldebekken gebouwd. En dit raakte de laatste decennia letterlijk in een stroomversnelling. Wanneer de rivier zijn winterbedding in zou nemen, zouden deze gronden en woonwijken onvermijdelijk onder lopen. Hoe meer economische functies voorzien zijn in het valleigebied van een rivier, des te groter wordt ook de schade bij overstroming, en -dus- des te hoger de dijken en kaden. Door de ingrijpende veranderingen kan het getij zich niet meer verliezen in de valleigebieden van de Schelde. Door gebrek aan ruimte stuwt het vloedwater steeds dieper het land in en zorgt het stroomopwaarts voor overstromingsgevaar. Ook ingrepen aan de bovenrivieren zorgen ervoor dat grote hoeveelheden water door de rivier worden gejaagd en stroomafwaarts voor problemen zorgen. De achillespees van de Schelde is altijd al haar bevaarbaarheid geweest. Grote hoeveelheden zand en slib worden door de waterloop vervoerd, zetten zich af in de stroomafwaartse gebieden en brengen de bevaarbaarheid van de stroom in het gedrang. In het verleden groeiden de schorren gewoon mee, maar nu zorgen de dijken ervoor dat ze niet meer kunnen uitbreiden in oppervlakte, en zo stapelt zand op in de geulen. Zo wordt de overgang tussen geulen en schor steeds steiler en ontstaan hoge schorkliffen die eroderen door stroomsnelheden. Niet enkel de schorren verdwijnen, ook slikken zijn kwetsbaar. Op basis van luchtfoto’s kon worden aangetoond dat 5 procent van de grote schorren langs de Zeeschelde door afslag in slik veranderde terwijl 30 procent van de slikken niet meer boven water kwamen tijdens laagtij tussen 1990 en 2003. Door extra ruimte voor het overtollige water te voorzien op plaatsen waar nog geen bebouwing is, kan wateroverlast in de bewoonde zones voorkomen worden. De afgelopen jaren werden al verschillende gecontroleerde overstromingsgebieden (GOG) (vb. Kruibeke-Bazel-Rupelmonde) aangelegd. Terug ruimte geven aan de Schelde kan ook door ontpolderingen en door meanders en oude rivierlopen terug in verbinding te stellen met de hoofdrivier.

  • Visserij

    De Zeeschelde is één van de weinige waters in Vlaanderen waar het mogelijk is om met andere tuigen te vissen dan de hengel. In de meerderheid van de binnenwaters mag er immers enkel met de hengel worden gevist. In het gebied tussen Antwerpen en de Nederlandse grens geeft het Vlaamse Gewest vergunning tot sleepnetvisserij op garnalen en vis, kokkelvisserij, mosselzaadvisserij en visserij met fuiken.