Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Deens waddengebied   Fanø   Natuur   Geschiedenis   

Mens en Milieu

Woning op Fanø, Ecomare

Fanø

Fanø is het noordelijkste bewoonde waddeneiland, gelegen tussen Mandø en Skallingen. Het eiland is ongeveer 56 vierkante kilometer groot. In 1990 woonden hier ongeveer 3300 mensen.

  • Ontstaan

    Fanø is, evenals de West- en Oostfriese eilanden, een duineneiland dat oorspronkelijk is gevormd uit het poolwoestijnzand van de laatste ijstijd.

  • Natuur op Fanø

    Het landschap van Fanø bestaat uit duinen, strand en kleigronden. Ook zijn er enkele eendenkooien te vinden. Het strand is hier zeer breed. Parallel aan de kust lopen zandbanken die aan de noordkant van het eiland met elkaar verbonden zijn.Op Fanø liggen zes duinenrijen, die zijn ontstaan uit de grote hoeveelheden aangespoeld zand. De duinen in het oosten zijn de oudste op het eiland. Hier bevindt zich ook het hoogste duin, de 'Kikkebjerg' (17 meter). De duinen zijn begroeid met heide, en tussen de duinenrijen liggen vlaktes die gedeeltelijk agrarisch gebruikt worden.
    Bij de zuidpunt van het eiland ontstond rond 1900 de landtong Hünen, bestaande uit duinen en kwelders. De top van Hünen wordt dankzij kustverdedigingsmaatregelen tegen erosie beschermd.
    In 1892 werd het 1.162 hectare grote duinbos aangeplant. De bebossing in de duinen moest het stuifzand vasthouden en de houtproductie ten goede komen. Tegenwoordig is dit bos ook geliefd bij recreanten. Er werden vooral verschillende soorten grove dennen aangeplant, maar hier en daar ook loofbomen, zoals berken, eiken en beuken. In dit bos liggen enkele moerasgebieden, die qua omvang variëren.
    Aan de noordpunt van Fanø vindt men een brede kwelder: 'Grünningen'. Deze kwelder lijkt qua vegetatie niet op de kwelders langs de oostkust van Fanø die vroeger als hooiland gebruikt werden. Grünningen is op een zandbank ontstaan, terwijl de kwelders aan de oostkust een ondergrond van klei hebben. De kleigronden op Fanø worden deels als weiland gebruikt, maar er wordt ook riet geoogst.

  • Eendenkooien

    Oorspronkelijk werden er op Fanø in de periode 1860-1888 drie eendenkooien aangelegd. In 1931 werd de exploitatie hiervan verboden. Twee kooien werden gerestaureerd en als openluchtmuseum ingericht. Een van de kooien dient ook als ringstation.

  • Geschiedenis van Fanø

    De oudste sporen van nederzettingen op Fanø stammen uit de 12e eeuw. In die tijd wordt het eiland ook vermeld in het grondboek van de koning.
    Het leven op dit eiland werd, vooral in de periode van 1560 tot 1660, door de kusterosie bemoeilijkt. Door overbeweiding verdween de beschermende vegetatie in de duinen, zodat het zand vrij spel kreeg.
    In de 17e eeuw begon men door bebossing serieus met de bestrijding van de kusterosie.
    In 1741 verkocht Christiaan VI het eiland -inclusief het jachtrecht en het strandrecht- aan de bewoners. De bewoners leefden destijds van de visserij.
    In de loop van de 18e eeuw verdienden veel mannen hun geld als zeelieden. Sønderho was in zijn bloeitijd thuishaven voor de op één na grootste handelsvloot van het Deense koninkrijk.
    Ook vandaag de dag leven de mensen van Fanø nog van de visserij en scheepvaart.

  • Toerisme

    Het toerisme op Fanø komt rond 1850 op gang. Er wordt een zwembad gebouwd in de haven, terwijl aan de westkust kleedwagens voor badgasten verschijnen. Esbjerg had al enkele jaren daarvoor aansluiting op het spoornet gekregen. Tussen Esbjerg en Fanø werd een veerdienst met een kleine stoomboot onderhouden.
    In 1890 werd in Hamburg de naamloze vennootschap 'Noordzeebadplaats Fanø NV' opgericht. Deze vennootschap moest voor de benodigde financiële middelen voor de uitbreiding van Fanø zorgen. In enkele grote Europese steden werden percelen van Fanø aan welvarende lieden verkocht. Verder werden er dure villa's op het eiland gebouwd.
    In de eerste helft van de 20e eeuw, met name in de jaren tussen de beide wereldoorlogen, daalde het aantal gasten.
    In de jaren '60 en '70 van die eeuw kwamen de toeristen terug. Op Fanø werden massaal zomerhuizen gebouwd. De bezoekers konden met hun auto's het eiland bereiken en hier onder andere direct het strand oprijden.

  • Vervoer

    Vanuit Esbjerg vaart er een autoveerboot naar Nordby op Fanø.