In de 16e eeuw was Langli een steunpunt voor de vissers uit Hjerting. De visserij liep in de daarop volgende periode echter terug. Langli werd door de stormvloed van 1634 een eiland.
Tot de 19e eeuw diende het eiland als gemeenschappelijke weidegrond, waar runderen en schapen graasden. Daarna werd Langli opnieuw gekoloniseerd door de mens. Omstreeks 1900 werd Langli door 5 families (zo'n 30 mensen) bewoond. De schapen graasden in de duinen. Op de op de kleigronden gelegen weiden in het noorden en zuiden werd hooi geoogst en de runderen graasden daar. Verder jaagde men op zeehonden en vogels, viste onder andere met fuiken en lijnen en verzamelde het aangespoelde hout, dat diende als brandstof en bouwmateriaal. Vooral de visserij zorgde voor de inkomsten.
In 1911 werden de lage dijken van Langli doorbroken door een zware vloed.
In 1913 werd het eiland verkocht en de bewoners verhuisden.
In 1982 werd Langli door het Deense ministerie voor milieuzaken aangekocht.