Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Geschiedenis   Terpen   

Mens en Milieu

De hoogste terp van Nederland, Ecomare

Terpen als archeologische schatkamers

Friesland kent tegenwoordig nog geen 1000 terpen en een groot deel daarvan is volledig afgegraven. Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werden de terpen afgegraven omdat boeren vruchtbare aarde nodig hadden. De hoogste terp van Nederland (7 meter) ligt in Hegebeintum in Friesland.

  • Terpenaarde

    De terpaarde werd vooral gebruikt om zandgrond vruchtbaarder te maken. Voor het in cultuur brengen van 1 hectare zandgrond was ongeveer 120 ton terpaarde nodig. Deze aarde werd per tjalk naar het zandgebied afgevoerd. De kerken en kerkhoven werden over het algemeen gespaard, maar er zijn verhalen bekend dat aan de steile rand van de terp de botten naar buiten staken. Hoewel een schat aan archeologische informatie verloren is gegaan, zijn tijdens het afgraven toch maar liefst zo'n 30.000 voorwerpen aangetroffen.
    De ontdekkingen uit de terpaarde zorgden ervoor dat de Friezen hun geschiedenisbeeld radicaal moesten veranderen. Het Friese land blijkt namelijk helemaal niet eeuwenlang door hetzelfde volk bewoond te zijn geweest. De bewoners wisselden juist steeds. De eerste bewoners kwamen vermoedelijk zo'n 2600 jaar geleden en waren boeren uit hoger gelegen gebieden zoals Zuidoost Friesland, Duitsland en Drente. Ze besloten zich permanent in het vruchtbare klei- en veengebied te vestigen. We kennen dit volk als de Frisii uit de Romeinse reisverslagen. Archeologische vondsten duiden op een intensieve handel tussen deze vroege Friezen en de Romeinen.

  • Ontvolking en herbevolking

    Na 250 nam de invloed in Noordwest-Europa van de Romeinen af. In die tijd raakte het tot dan toe dichtbevolkte Friese terpenland zo goed als onbewoond. De oude bevolking van Friesland verdween vrijwel geheel in deze tijd. Waarschijnlijk werd deze ontvolking veroorzaakt door de oprukkende zee. In de eerste helft van de Middeleeuwen zijn de terpen tijdens de vele volksverhuizingen bevolkt door onder meer Angelen, Chauken, Saksen en Juten. Ondanks de vele immigratiegolven bleven de bewoners van het terpenlandschap zich Friezen noemen. De Angelen zijn van sterke invloed geweest op de ontwikkeling van de Friese taal, getuige de sterke overeenkomsten tussen het oud-Fries en het oud-Engels.
    Omdat de zeespiegel steeg met zo'n 1 millimeter per jaar in die tijd moesten de bewoners de terpen ophogen. Dat deden ze met plaggen, mest en vooral afval.
    De veeteelt en handel brachten de vroeg-middeleeuwse Friezen rijkdom en macht. Halverwege de zevende eeuw strekte het Friese koninkrijk zich uit van de Schelde tot de Weser. Daarna werd het grondgebied snel kleiner door veroveringen van de Franken, invallen van de Vikingen en -uiteindelijk- een gewelddadige machtsovername door de kerk.
    Rond 1000 n.Chr. gingen de Friezen, vaak onder leiding van kloosterlingen, op grote schaal dijken bouwen, waardoor het wonen op de hoge terpen overbodig werd.