Naarmate de vegetatie zich verder ontwikkelt, vinden steeds meer vogelsoorten er een geschikt plekje. Het aantal broedvogels op Terschelling, en ook op de Noordsvaarder, is in tientallen jaren tijd enorm toegenomen. Altijd intrigerende roofvogels als bruine en blauwe kiekendief zijn er, als ze hoog in de lucht hangen op zoek naar prooi als muizen, (jonge) konijnen en vogeltjes, vaak te zien.
In de duinmeertjes broeden eenden als wintertaling, wilde eend, slobeend. Het is ook het domein van schuwe waterral en de meerkoet. De rietvelden bieden een uitstekende beschutting. In de drogere delen van de Noordsvaarder duinen kom je de bergeend tegen. Een beetje vreemde plek voor zo'n prachtig gekleurde grote watervogel, maar het dier komt er ook alleen maar om in verlaten konijnenholen te broeden. Een andere vogel, veel minder groot, die in konijnenholen op de Noordsvaarder broedt, is de tapuit.
De karakteristieke vogel van de Noordsvaarder is echter de prachtige wulp met zijn lange, iets naar beneden gebogen snavel. De Noordsvaarder levert voldoende voedsel voor het dier: wormen, duizendpoten, spinnen, slakken, kikkers, en ook de besjes van de kraaiheide. In kleine kolonies is op de schaars begroeide strandvlaktes de kluut te vinden.
De cranberryvelden schijnen een aantrekkingskracht te hebben voor de watersnip. Het roepen van de eigen naam verraadt de koekoek, die uiteraard niet zelf broedt, maar dit vaak overlaat aan bijvoorbeeld de graspieper.
Evenals de veldleeuwerik is de graspieper een druk vogeltje. Allebei komen ze in open terrein voor. In de natte duinvalleien is ook de moeilijk te benaderen gele kwikstaart te vinden. Is er begroeiing als kruipwilg, riet of gagel aanwezig, dan kom je ook het paapje, de rietzanger, de rietgors en de kleine karekiet tegen in de natte valleien. Waar op de stuifdijken dicht struikgewas voorhanden is, voelen de heggenmus, de braamsluiper, de fitis en de kneu zich thuis.