De Waddenzee is door de invloed van het getij een voedselrijk gebied. En voedselrijke gebieden zijn meestal ook rijk aan plant- en diersoorten. Toch komen er in de Waddenzee niet zoveel verschillende planten- en diersoorten voor. Dit komt ook door het getij. Eb en vloed zorgen twee keer per dag voor een totaal ander uiterlijk van de Waddenzee. Liggen de wadplaten eerst droog, een paar uur later zijn ze verdwenen. Soorten die daar leven krijgen dus heel wat voor hun kiezen. Het water verdwijnt, de temperatuur verandert, en het zuurstof- en zoutgehalte zijn voortdurend anders. Daar moet je als plant of dier maar tegen kunnen!
Toch vind je in en rond de Waddenzee grote aantallen planten en dieren, al is de hoeveelheid soorten beperkt. De meest bekende dieren zijn natuurlijk de zeehonden. Zij gebruiken de Waddenzee niet alleen om voedsel te zoeken, maar ook als kraamkamer. Veel jonge zeehondjes worden op de zandbanken in de Waddenzee geboren. Ook veel vis uit de Noordzee trekt na hun geboorte naar de Waddenzee. Tong en schol bijvoorbeeld.
Of ze nu wel of niet begroeid zijn met schelpen, op en rond de droogvallende zandbanken is het een drukte van belang. Ze worden niet voor niks de koraalriffen van de Waddenzee genoemd. Er komen veel planten en dieren voor, zoals plankton, wormen, garnalen en krabben. Van die grote aantallen planten en dieren, moeten veel vogels het hebben. Maar liefst 12 miljoen maken gebruik van de Waddenzee. Tienduizenden hiervan zijn trekvogels. Zij zoeken twee keer per jaar naar voedsel in de slikkige wadbodem om op krachten te komen voor een verre reis. Als het slechter gaat met de Waddenzee, gaat het ook slechter met de (trek)vogels.
Als het slechter gaat met de Waddenzee, gaat het ook slechter met de vogels. Zo neemt het aantal schelpdieren in de Waddenzee af. Dat heeft gevolgen voor schelpdiereters, zoals de kanoetstrandloper en de eidereend.