Op het Nederlandse deel van het Continentaal Plat zijn vaste routes voor de grote scheepvaart ingesteld. Deze routes zijn: het Noord Hinder stelsel, het Maas-stelsel, het Texel-stelsel, het Vlieland-stelsel, Terschelling en de Duitse Bocht en het Friesland-systeem. De laatste route is in 1990 gerealiseerd. Alle routes hebben voor de vaart in tegenovergestelde richtingen gescheiden vaarbanen.
Op de scheepvaartroutes mogen geen olieplatforms of andere hindernissen komen. De scheepvaartroutes zijn om gebieden heen gelegd die door Defensie worden gebruikt.
De scheepvaartroutes beslaan 2400 vierkante kilometer (4% van het NCP)
Voor de schepen met de grootste diepgang zijn diepwaterroutes gemaakt. Er lopen er twee in het diepste gedeelte van de Noordzee tussen de Nederlandse kust en de Britse oostkust. Aansluitend op de diepwaterroutes in de Straat van Dover zijn twee toegangsgeulen aangelegd naar de Nederlandse havens: de Euro-Maasgeul, voor de vaart naar Europoort en Rotterdam, en de IJ-geul ,voor de vaart naar IJmuiden en Amsterdam.
De Euro-Maasgeul is toegankelijk voor schepen met een diepgang tot 22,5 meter; de IJ-geul voor schepen met een diepgang tot 16,5 meter. Door de Euro-Maasgeul varen jaarlijks gemiddeld 357 schepen met de maximale diepgang, door de IJ-geul 90. Deze geulen worden op diepte gehouden door jaarlijkse baggerwerkzaamheden. De diepwaterroute is in het midden van de Noordzee ongeveer 35 meter diep. De scheepvaartroute die het dichtst langs de kust loopt, is bij laagwater 20 tot 25 meter diep.
Verder is er een aparte route voor de grootste schepen die zijn geladen met gevaarlijke stoffen. Deze route loopt zo ver mogelijk uit de kust. Tijdens controles bij Den Helder in 2007 bleek dat regelmatig tankers met gevaarlijke stoffen te dicht langs de kust varen: 65 schepen in 3 maanden tijd. De rederijen van de schepen krijgen een boete opgelegd.
Voor het verkeer tussen het continent en het Verenigd Koninkrijk zijn geen aparte routes. Waar dit verkeer de hoofdverkeersstroom kruist, worden hoge eisen aan de uitkijk gesteld en wordt het verkeer door walstations begeleid.