Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Ecologie   Eilandbiologie   

Eilandbiologie

Op eilanden is het leven voor veel dieren anders dan op het vasteland. Eilanden zijn in het algemeen armer aan soorten, maar wat er aan organismen voorkomt is vaak bijzonder. Daarom zijn eilanden interessant voor biologen. Vooral op afgelegen eilanden leven vanwege de geïsoleerde ligging dieren die nergens anders voorkomen. Bekende voorbeelden van zulke soorten zijn: de reuzenschildpadden van de Galapagos-eilanden en de kiwi’s van Nieuw-Zeeland.

  • Eilandbiologie in het waddengebied

    De waddeneilanden bestaan geologisch gezien nog maar kort, hooguit enkele duizenden jaren. Bovendien liggen ze dicht bij het vasteland, waardoor veel soorten landdieren de eilanden toch hebben kunnen bereiken. Als gevolg hiervan hebben zich geen endemische soorten ontwikkeld. Wel bestaan er unieke variëteiten, die afwijken van hun soortgenoten op de vaste wal. Op Texel zijn de waterspitsmuizen kleiner dan op het vasteland, en helemaal zwart in plaats van zwart-wit gekleurd. Op Helgoland hebben de bosmuizen een baksteenrode kleur.

    Alle waddeneilanden hebben door het opvallend afwezig zijn van sommige algemeen voorkomende soorten toch een unieke landdierenfauna. Op geen van de Nederlandse waddeneilanden komen mollen, eekhoorns of vossen voor. Ze zouden er best kunnen leven, maar ze hebben het eiland niet kunnen bereiken. Dit verschijnsel heeft gevolgen voor andere dieren. Het ontbreken van grotere landroofdieren is een oorzaak van de rijkdom aan op de grond broedende vogelsoorten: meeuwen, eenden, wulpen en velduilen. De noordse woelmuis is een soort die in West-Europa zeldzaam is, en alleen in moerassige gebieden voorkomt. Op Texel is hij algemeen, ook in droge terreinen. Hij heeft daar geen concurrentie van de veldmuis.

  • Voorkomen van landzoogdieren op de Nederlandse waddeneilanden
    SoortTXVLTSAMSCH
    egel x x x x x
    bosspitsmuis     x    
    dwergspitsmuis     x x  
    waterspitsmuis x        
    huisspitsmuis  e       x
    haas x x x x x
    konijn x x x x x
    rosse woelmuis e   e    
    aardmuis e     e  
    noordse woelmuis x        
    veldmuis e     x  
    muskusrat     e e  
    dwergmuis e   e e  
    bosmuis x x x x x
    huismuis x x x x x
    bruine rat x     x x
    verwilderde kat x x x x x
    bunzingfret e     e  
    hermelijn x   x    
    ree     e x  
    x = inheemse soort, e= recent ingevoerd


    Maar weinig soorten in voorgaande tabel zijn echt oorspronkelijk inheems. Mogelijk geldt dit alleen voor de egel, haas en enkele soorten muizen, woelmuizen en spitsmuizen, en dat is nog niet eens zeker. Alle andere soorten zijn op een of andere manier door de mens geholpen, door opzettelijke introductie (konijn, hermelijn, ree op Terschelling), of door onopzettelijke introductie (huismuis, bruine rat, verwilderde kat), of door de aanleg van dammen (ree op Ameland).
    Als gevolg van de aanvoer van allerlei goederen en grondstoffen (stro, tuinaarde, kerstgroen) waar kleine dieren zich in kunnen verbergen, en als gevolg van opzettelijke introductie door particulieren (kikkers in tuinvijvers) worden de eilanden regelmatig verrijkt met nieuwe soorten landdieren. Soms gaan er stemmen op om te proberen de oorspronkelijke fauna’s te beschermen en ingevoerde exoten uit te roeien.