Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Weichsel-ijstijd   IJstijdzoogdieren   

Mens en Milieu

Kies van de wolharige mammoet, Ecomare

Pleistocene zoogdieren

Op de bodem van de Noordzee, vooral ten zuidwesten van de Bruine Bank en in het westelijker gelegen Deep Water Channel, worden veel fossiele resten van de dieren uit het Pleistoceen opgevist. Een boomkorkotter verzamelde tijdens een week vissen bij de Bruine Bank ongeveer een mand vol met fossiele resten. De modernere vistuigen woelen de bodem minder sterk om en brengen dus ook minder fossielen aan boord. De Noordzee is na Siberië de belangrijkste vindplaats van resten van de wolharige mammoet. Maar dat was niet de enige deze reus die er leefde.

  • Vroeg Pleistoceen
    bekkenfragment van een zuidelijke mammoet, opgevist door de TX68, Ecomare, Sytske Dijksen

    Fossielen uit het vroege Pleistoceen worden vooral gevonden aan de Engelse kant van de Zuidelijke Noordzee en op plaatsen waar gebaggerd is, zoals de Eurogeul bij Rotterdam. De botten uit deze tijd zijn grijsachtig en veel sterker versteend dan de botten uit de laatste ijstijd. De dierenwereld bestond o.a. uit de reusachtige zuidelijke mammoet, neushoorns, grote herten en sabeltandkatten. In zee leefden onder andere potvissen.

  • Laatste ijstijd
    Schedel reuzenhert (laatste ijstijd), Ecomare

    De meeste botten van grote zoogdieren die Noordzee vissers naar boven halen, komen uit de laatste ijstijd. Men spreekt van de bruine bottenfauna, ter onderscheid van de versteende grijze bottenfauna uit het vroege Pleistoceen. De botten uit de laatste ijstijd zijn nauwelijks versteend, omdat ze daarvoor nog te jong zijn.
    Door de resten van planten en dieren die gevonden en onderzocht zijn weten we dat het Noordzeegebied in de laatste ijstijd bedekt was met een grasvlakte met en hier en daar bos. We noemen dit de mammoetsteppe. Ook paarden, wolharige neushoorns, muskusossen en steppenwisenten graasden op de vlakten, terwijl hertachtigen zich waarschijnlijk ophielden in de meer beboste lagere gebieden. Daarnaast leefden hier ook grottenberen. Dat waren alleseters. Echte jagers waren de grottenleeuw, een soort hyena en de wolf.
    Zelfs sabeltandkatten kwamen in het Noordzeegebied voor, ook in de laatste ijstijd. Van deze spectaculaire dieren zijn maar een paar botten gevonden.

  • Mensen
    Impressie van het leven onder de rendierjagers, Fred Maarschall

    Mensen waren er ook, maar ze waren erg zeldzaam. Bewijzen daarvoor zijn de bewerkingen aan sommige botten en, stenen werktuigen. In 2001 is een schedelfaragment van een Neanderthaler gevonden in de Noordzee-bodem. Pas na jarenlang onderzoek is deze vondst in 2009 bekend gemaakt. De man, Krijn gedoopt, heeft ongeveer 40.000 jaar geleden, dus vóór de laatste ijstijd, ten westen van Nederland geleefd. Aan het einde van de laatste ijstijd leefden er meer mensen in het Noordzeegebied. Deze leefden van de rendierjacht.

  • Zeezoogdieren
    Bot van een walrus, opgezogen uit de Noordzeebodem, Ecomare

    In de laatste ijstijd moeten er in het Noordzeegebied ook stukken zee geweest zijn, of grote meren. Daar kwamen zeezoogdieren voor, zoals de ringelrob, de zadelrob en de witte dolfijn of beloega. In het vroeg-Holoceen werd het klimaat warmer en andere dieren verschenen in de omgeving van Texel. Op het land kwamen edelherten en oerrunderen voor, in de snel oprukkende zee leefden walrussen en dolfijnen.