Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zonsondergang, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

Broeikaseffect

In een broeikas zorgt het glas ervoor dat de warmte van de zon in de kas blijft. Op vergelijkbare manier zorgen stoffen in de atmosfeer, en dan vooral waterdamp, ervoor dat de warmte van de zon door de aarde wordt vastgehouden. Zonder deze bescherming zou de gemiddelde temperatuur op aarde -18 graden Celsius zijn. De term broeikaseffect wordt gebruikt voor de stijging van de gemiddelde temperatuur als gevolg van de toename van bepaalde stoffen in de atmosfeer. Het broeikaseffect is voor het zee- en kustmilieu van direct belang omdat de stijging van de zeespiegel erdoor versterkt kan worden. Daarnaast verwachten wetenschappers dat door het broeikaseffect veranderingen in het klimaat en ecosystemen zullen optreden.

  • Broeikasgassen

    De belangrijkste van die stoffen zijn kooldioxide (CO2) dat vrijkomt bij het verbranden van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld in het verkeer, de industrie en de electriciteitscentrales, en methaan. Het KNMI verwacht deze eeuw voor Nederland een stijging van de gemiddelde temperatuur van 2 tot 5 graden Celsius als gevolg van de combinatie van het broeikaseffect en de natuurlijke opwarming van de aarde. Andere broeikasgassen zijn onder meer een aantal fluorverbindingen zoals chloor-fluor-koolwaterstoffen (CFK's) en zwavelhexafluoride (SF6), stikstofoxiden als NO, NO2 en lachgas (N2O) en koolmonoxide (CO). Met uitzondering van CFK's komen al deze stoffen ook vanuit natuurlijke bronnen in de atmosfeer. Lachgas wordt bijvoorbeeld geproduceerd door bacteriën. Wetenschappers verwachten dat rond 2030 lachgas na CO2 het meest voorkomende broeikasgas zal zijn.

  • Broeikasbeleid

    Het beleid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen is nog niet erg doeltreffend. Een belangrijke internationale overeenkomst is het Kyoto Verdrag uit 1997, waarin is afgesproken dat de uitstoot van broeikasgassen tussen 2008 en 2015 5% lager moet zijn dan in 1990. Het verdrag is echter niet door alle landen van de Verenigde Naties ondertekend. De grootste vervuiler, de Verenigde Staten, heeft nog niet getekend.

  • Algen en klimaat

    Tegenwoordig wordt er veel onderzoek gedaan naar het effect van algen op het klimaat. Hoofdzakelijk gaat het daarbij om de mogelijkheid grote hoeveelheden van het broeikasgas kooldioxide (CO2) door fytoplankton (plantaardig plankton) te laten opnemen, in de oceaan vast te zetten en zo uit de atmosfeer te trekken. Uiteraard nemen de planten op het land ook CO2 op. De oceaan is voor de opname van CO2 belangrijker dan het land. De oceaan beslaat namelijk 71% van de oppervlakte op aarde en waar algen tot een diepte van ongeveer 100 meter kunnen voorkomen.
    Fytoplankton is een groot consument van kooldioxide. Het neemt CO2 op en verwerkt dat tot energierijke organische componenten zoals suikers, een proces dat fotosynthese wordt genoemd. Als het fytoplankton naar de bodem bezinkt, neemt het CO2 mee en slaat het op de bodem neer.
    In de centrale Noordzee is het vooral de alg Emiliania huxleyi die tot grote bloei kan komen. In het kustwater van de Noordzee is die rol weggelegd voor Phaeocystis globosa. Deze twee soorten algen leveren waarschijnlijk een niet te verwaarlozen bijdrage aan de opname van CO2 in het Noordzeegebied en het tegengaan van de opwarming van de atmosfeer. De bloei van Emiliania huxleyi kan een enorme oppervlakte in de Noordzee beslaan. Er zijn waarnemingen dat de bloei een oppervlakte van meer dan 100.000 vierkante kilometer kan bereiken. Deze alg bloeit relatief lang: 3 tot 6 weken. In de Noordzee bloeit de alg vrijwel elk jaar tussen eind mei en augustus.

  • Gevolgen voor het leven in de zee

    Door de opwarming van de aarde zullen veel planten- en diersoorten die nu in de Atlantische Oceaan voorkomen, naar noordelijker gebieden verhuizen. Ook subtropische dieren zullen noordwaarts opschuiven. Afgesloten zeeën zoals de Oostzee zullen meer gaan verzoeten door verhoogde rivierafvoeren.
    Britse biologen waarschuwden in 2007 voor het verzurend effect van het verhoogde CO2-gehalte van de dampkring. Als dat gas in zeewater oplost, wordt het water zuurder waardoor calciumcarbonaat minder goed kan oplossen. Schelpdieren hebben deze stof nodig voor de opbouw van hun schelp en kunnen het dus met een toenemende verzuring minder goed groeien.

  • Opwarming

    Tussen 1990 en 2000 was de temperatuur van het water in de Noordzee ruim een graad hoger dan het gemiddelde tussen 1960 en 1990. Hierdoor daalde de aanwas van jonge kabeljauw sterk.