Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Landschapselementen   Terpen   

Mens en Milieu

Terp bij Hegebeintum, Friesland. , Ecomare

Terpen

Van de Bronstijd tot ongeveer 1200 bestond een groot deel van de huidige provincies Groningen, Friesland en Noord-Holland uit uitgestrekte kwelders afgewisseld door meren en veenmoerassen. Grote delen van dit landschap stonden in verbinding met zee. De bewoners leefden er van de jacht, de visserij en de veehouderij. Om zich te beschermen tegen overstromingen wierpen ze kunstmatige heuvels op. Die heuvels noemen we terpen of - in Groningen - wierden. Ze werden steeds groter zodat er ook kerken en dorpjes op konden worden gebouwd. Nog steeds is in veel dorpen in Friesland en Groningen te zien dat ze zijn ontstaan als terp- of wierdedorp.

  • Terp: betekenis

    Het woord 'terp' is afgeleid van het oudfriese woord voor dorp. De Groninger term wierde komt van 'werd' of 'wird', oudfries voor 'hoogte'. Vanaf ongeveer 1100 zijn er in het terpengebied kerken gebouwd. De eerste kerken bouwde men van blokken tufsteen of graniet, die uit de Eifel werden ingevoerd. Vanaf 1250 werden bakstenen gebruikt. Als regel werd de kerk op het hoogste punt van de terp gebouwd, zodat hij beschermd was tegen de stormvloeden. Als het hoogste punt al bebouwd was kreeg de kerk een eigen terp naast het dorp.

  • Terpen in Noord-Holland

    Het principe van het wonen op terpen was in de laaggelegen delen van het hele Friese koninkrijk gemeengoed. In de eerste helft van de Middeleeuwen strekte dat koninkrijk zich uit tot ver in West-Nederland, vandaar nog steeds de naam West-Friesland. Verschillende dorpen en steden in Noord-Holland zijn daarom hun bestaan als terpdorp begonnen, zoals bijvoorbeeld in Schagen nog duidelijk te zien is aan de opbouw van de oude stadskern. Op Texel en Wieringen was het opwerpen van terpen niet nodig omdat men kon wonen op de hogere keileem- en dekzandruggen op deze eilanden.

  • Terpen in Friesland

    In de huidige Nederlandse provincie Friesland hebben ooit vele duizenden terpen gelegen, waar er nu nog ongeveer duizend van zijn te herkennen. De Friese terpen worden verder behandeld in het hoofdstukje over de geschiedenis van het Friese kustlandschap.

  • Terpen in Groningen

    In Groningen heten terpen wierden. Net als in Friesland ontstonden de eerste wierden meer dan 2500 jaar geleden. Het midden van de ronde dorpswierde werd in eerste instantie gebruikt als gemeenschappelijk grond. Later werd daar de kerk gebouwd. Bij het centrum is vaak een drinkwaterplaats of dobbe aanwezig. De kop van de boerderijen lag naar het midden van de terp en de stal naar de buitenkant. In aansluiting op de boerderijen werd het land verkaveld, waardoor een typisch radiaal verkavelingspatroon ontstond. Deze dorpen zien er van boven dan ook uit als een soort fietswiel. Aan de voet van de terp loopt een rondweg die ossengang genoemd wordt.
    Moderne wierden zijn er ook. In Groningen gaat de Grontmij een drietal wierden herstellen met baggerspecie om van het vervuilde slib af te komen. Na reiniging van het slib wordt het meest vervuilde deel het eerst gestort, het schonere slib komt erover heen. Dan volgt er een deklaag en zullen er huizen op gebouwd worden.

  • Terpen in Duitsland
    Terp met vuurtoren, Westerhever, Ecomare

    Langs de Duitse waddenkust zijn van de Nederlandse grens tot aan Denemarken duizenden terpen te vinden. Het grootste deel van de terpen is ontstaan in de periode tussen het begin van de jaartelling en de Middeleeuwen. Archeologen begonnen zich in Duitsland pas aan het eind van de negentiende eeuw voor terpen te interesseren. In Duitsland waren terpen niet afgegraven voor de vruchtbare aarde en daardoor kende men in Duitsland niet de spectaculaire vondsten die er in Nederland waren gedaan.
    De afzonderlijke boerderijterpen uit het begin van de jaartelling groeiden langzamerhand uit tot grote dorpsterpen. De beroemdste terp uit de Romeinse tijd is Feddersen Wierde. Deze terp is de enige in het hele Noordzeegebied die bijna geheel is opgegraven. De terp besloeg 4 hectare en was 4 meter hoog. De verschilllende bodemlagen zijn heel goed bewaard gebleven. Daarom wordt Feddersen Wierde ook wel het Troje van het Noorden genoemd.
    De terpen in Duitsland zijn in de 5e eeuw n.Chr. verlaten tijdens grote volkverhuizingen. Pas in de 7e eeuw vestigden zich weer mensen in het gebied. In de 11e eeuw worden de landerijen door lage ringdijken beschermd en na 1300 werden de dijken zodanig opgehoogd dat ze ook tegen de winterstormvloeden bescherming boden.

  • Halligen: terp-eilanden

    Halligen zijn kleine lage eilanden in het waddengebied van Sleeswijk-Holstein. Ze zijn onstaan als terpen in een uitgestrekt en vruchtbaar kwelder- en veengebied. Als gevolg van grote stormvloeden is het omliggende landschap vrijwel geheel veranderd in een waddengebied. Halligen bestaan dus niet uit zand en duinen zoals de andere waddeneilanden. Na de stormvloed van 1962 werden de Halligen voorzien van lage dijken. Het grootste eiland van de Halligen is Langeness. De 20 terpen van Langeness worden nog regelmatig omringd door water.

  • Terpen in Denemarken

    De terpen in Denemarken zijn over het algemeen veel jonger dan die in Duitsland of Nederland. De terpen vind je in twee gebieden: net ten noorden van de Duitse grens en ter hoogte van het eiland Rømø, onder Skaerbaek. In dit laatste gebied gaat de bewoning terug tot de 13e eeuw. Kolonisten uit Friesland bouwden hier 4 tot 5 meter hoge terpen die plaats boden aan een boerderij met bijgebouwen. De terpen zijn nog steeds duidelijk zichtbaar. In 1362 ging een eerste dorp door een stormvloed ten onder. Bijna 300 jaar later werden alle 11 boerderijen tijdens een stormvloed vernield. In 1720 was er weer een stormvloed en in 1814 zijn de laatste families van de terpen vertrokken. Op de hoogste terp staat nu een huisje dat als tentoonstellingsruimte gebruikt wordt.

  • Terpen verdwijnen
    Gebieden met terpen, Ecomare, Oscar Bos
    Gebieden met terpen, Ecomare, Oscar Bos

    Toen de zeewerende dijken steeds betrouwbaarder werden, verloren de terpen hun functie als vluchtplaats bij stormvloeden. Men begon de vruchtbare terpaarde af te graven en als mest te gebruiken op de landbouwgronden. In Friesland is vrijwel geen enkele terp aan de afgraverij ontsnapt. Omdat de terpen zoveel geld opleverden, moesten de eigenaars meer belasting betalen. Dit stimuleerde het afgraven juist, want daardoor werd de terp kleiner en kon er vruchtbare aarde verkocht worden.
    In Noord-Nederland is zo tussen 1850 en 1950 al 60% van de terpen verdwenen. Maar ook door de akkerbouw op de terpen zelf zijn de terpen eeuwenlang afgesleten. Elke keer als een boer zijn land ploegt verdwijnt er weer een laag van 2 tot 3 centimeter aarde. Zo is een terp bij Peins, ten oosten van Franeker, al ernstig aangetast. In de Middeleeuwen was de terp 3 tot 4 meter hoog, nu niet eens 2 meter. De boeren bij Peins ploegen nu al in de bewoningslaag uit de Romeinse tijd, alle lagen daar boven zijn dus verdwenen.
    Een ander gevaar is verdroging door een verlaging van het grondwaterpeil. Dit heeft dramatische gevolgen voor het archeologisch erfgoed: houten pollepels uit de Romeinse tijd, schedels, sieraden die niet van edelmetaal zijn: zodra er lucht bij de voorwerpen komt gaan ze rotten. De inhoud van de terp wordt dan 'onleesbaar', zoals archeologen dat noemen. En dat is heel jammer, want veel informatie over de gouden eeuw van de Friese geschiedenis gaat op deze manier verloren.
    Omdat het zo slecht gaat met de terpen kwam de provincie Friesland in 2006 met het plan om boeren een subsidie van enkele honderden euro's te geven voor terpvriendelijk onderhoud. Er mag geen schaalvergroting van de landbouw plaatsvinden en er mag niet geoogst worden wanneer het regent, omdat het water dan via diepe tractorsporen de terp kan uitslijten. Mogelijk gaat de provincie ook terpen aankopen.

Wierde Ezinge, IJzertijd, in 3D