Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Mens en Milieu

Koolwaterstoffen   Olie   
Olievlek op zee, Marijke de Boer

Olie

Olie komt soms op natuurlijke wijze vrij door lekkage uit diepere aardlagen in zee. Verder worden door het plantaardig plankton ook op olie lijkende verbindingen gemaakt. Op deze manier komt 1000 ton olie per jaar in de Noordzee terecht. Uit menselijke bronnen kwam in 2000 71.000 tot 150.000 ton olie per jaar in de Noordzee. Meer dan de helft kwam van het land via de rivieren in zee. Lozingen door de zeescheepvaart vormen de tweede grote bron van olievervuiling.

  • Illegale lozingen
    Olievlekken op de Noordzee in 1998, Ecomare

    Op het Nederlands Continentaal Plat loosde de scheepvaart rond 2000 jaarlijks 5000 tot 13.000 ton olie, waarvan het grootste deel illegaal. Er zijn aanwijzingen dat dit is afgenomen, hoewel de Kustwacht nog regelmatig lozingen waarneemt. Illegaal lozen van olie of met olie vervuild spoelwater door schepen is de grootste oorzaak van olieslachtoffers onder de zeevogels in de Noordzee. Jaarlijks ontdekken patrouillevliegtuigen en -schepen in het Nederlandse deel van de Noordzee tussen de 100 en 200 olievlekken. In de meeste gevallen gaat het om minerale olie, de rest is plantaardig. Voor minerale olie is er een licht dalende trend, voor de plantaardige olie juist een stijgende.

  • De belasting van de Noordzee met olie
    Olievervuiling op de Noordzee rond 1995, Ecomare

    De totale belasting met olie van de Noordzee werd in 1995 geschat op 150.000 ton. Dat was in 1990 nog 80.000 ton. De olie kwam van de scheepvaart (ruim 60.000 ton) en de rivieren (67.000 ton). De rivieren voeren olie aan van de binnenvaart, de huishoudens en het wegverkeer, via de riolen.
    De bodem van het Nederlandse deel van de Noordzee bevat op de meeste plaatsen minder olie dan de streefwaarde uit het beleid. Alleen rond boorplatforms en bij baggerstortplaatsen was de concentratie van olie in de bodem te hoog. Omdat het storten van oliehoudend boorgruis al lang verboden is, verslechtert de bodem niet verder.

  • Olierampen op de Noordzee

    Ongevallen met olietankers of boorplatforms komen de laatste tijd zelden voor in de Noordzee. De meest recente grote olieramp was in 1993, toen de olietanker Braer bij de Shetland-eilanden in stukken brak. De tanker verloor 85.000 ton olie. Door het stormachtige weer viel de schade aan het milieu mee. De vrijgekomen olie verspreidde zich snel. 1500 kuifaalscholvers, zeekoeten en ijseenden kwamen om het leven.
    In 1988 kwamen in de Nederlandse kustzone door de lekkende tanker Borcea voor de Zeeuwse kust zo'n 10.000 vogels om, terwijl er maar 300 ton olie in zee terecht was gekomen.

  • Olie in het zeemilieu

    Olie is een mengsel van oplosbare en niet-oplosbare stoffen. De niet-oplosbare stoffen in olie vormen in water een drijvende laag, waarmee zeedieren besmeurd kunnen raken. In het Nederlandse deel van de Noordzee kwamen in 2000 jaarlijks ongeveer 40.000 vogels om door olievervuiling. Naast zeevogels als zeekoeten worden ook wadvogels zoals eidereenden slachtoffer van olieverontreiniging.
    De oplosbare stoffen van olie zijn vaak giftig. Een deel van deze stoffen is makkelijk afbreekbaar of vluchtig.  Daar kunnen plaatselijk slachtoffers door vallen. De slecht afbreekbare stoffen kunnen zich wel ophopen in voedselketens en in de bodem. De effecten van deze stoffen kunnen veel langduriger zijn, tot meer dan 10 jaar. 
    Olie bij de vis is niet aan te raden. Vooral visseneieren zijn gevoelig voor olielozingen en -rampen. Eieren van kabeljauw, haring en schol komen al bij kleine hoeveelheden olie niet uit, of leveren mismaakte larven op.

  • Olie op het wad

    De kans op een olieramp in de Waddenzee schatten experts op eens in de 50 jaar. In de Waddenzee kunnen olievlekken op de wadplaten aanspoelen. Voordat de bodemdieren in de olie stikken, brengen ze door hun graaf-activiteiten de olie in de zuurstofloze bodem. De olie is dan niet meer te verwijderen. Bacteriën breken de olie af, maar dat duurt door gebrek aan zuurstof erg lang. Bij een onverhoopte olieramp in de Waddenzee is het dus zaak om de olie zo snel mogelijk mechanisch van de wadbodem te halen.
    De Waddenzee is tot nu toe gelukkig een echte olieramp bespaard gebleven. Maar de passerende schepen op de scheepvaartroutes ten noorden van de eilanden vervoeren samen gemiddeld per dag ongeveer 200.000 ton olie. Op de Waddenzee zelf wordt jaarlijks ongeveer 250.000 ton olie vervoerd ter bevoorrading van de eilanden.

  • Effecten voor de kustvegetatie

    Grote olierampen zijn voor wieren en kwelderplanten desastreus. De bovengrondse plantendelen sterven af; in het gunstigste geval herstelt de begroeiing van rotskusten en kwelders zich na 1-2 jaar. Rampen buiten het Noordzeegebied, met de tankers Torrey Canyon (1967, voor de kust van Cornwall) en Amoco Cadiz (1978, voor de kust van Bretagne), hebben laten zien hoe groot de schade kan zijn. Eénjarige kwelderplanten als zeekraal en schorrenkruid herstellen zich minder snel van een olieramp dan meerjarige soorten. Daardoor ontstaat na een olieramp een andere plantengroei op de kwelder.

  • Oliebestrijding
    Oliebestrijdingsvaartuig Arca, Kustwacht, Koninklijke Marine

    Olievervuiling kan op twee manieren worden aangepakt. Men kan de olie behandelen met chemicaliën zodat de oliedeeltjes zich verspreiden in het water (dispergeren) of men kan de olie opvegen: mechanische verwijdering. Wat het beste is hangt af van de aard en omvang van de schade. Bij het eerst laten drijven en mechanisch opruimen van de olie is er schade aan vogels, vislarven en visseneieren, en bij de kust op wadplaten, kwelders en rotskusten. Chemisch dispergeren kan dit voorkomen. Maar in stilstaande waterbekkens kan er dan teveel opgeloste olie in het water komen, daardoor gaan nog meer vissen en andere organismen dood.
    Nederland heeft een aantal speciale oliebestrijdingsvaartuigen, waarvan de in 2000 in de vaart gekomen Arca de nieuwste is. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van baggervaartuigen met veegarmen. Voor het verwijderen van aangespoelde olie op stranden, kwelders en andere kusten zijn andere hulpmiddelen beschikbaar. Rijkswaterstaat gaat ervan uit dat een grote olieramp eens in de 100 jaar voorkomt. Het is te duur om voor zo'n ramp overal voldoende opruimcapaciteit achter de hand te houden.
    In Engeland is een soort gel uitgevonden die olie absorbeert. Op een vervuild stuk strand kan je de gel uitsmeren en dan een tijdje laten liggen. Nadat de olie opgenomen is door de gel kan je deze als een soort mat oprollen worden en dan afvoeren voor verwerking.