Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Stromingen in de Noordzee, Ecomare

Zeestromingen

De Noordzee wordt gevoed met water uit de Atlantische Oceaan en de rivieren. Uitwisseling van water met de Oostzee is er nauwelijks. Het oceaanwater komt uit twee verschillende richtingen de Noordzee binnen. Vanuit het zuiden stroomt het via Het Kanaal de Noordzee in en vanuit het noorden komt Atlantisch oceaanwater de Noordzee binnen langs de Schotse kust. Het water stroomt de zee weer uit langs de Noorse kust. Deze stromingen worden voornamelijk bepaald door het getij. De stromingen in de Waddenzee zijn op hun beurt weer een gevolg van die in de Noordzee.

  • Aanvoer van water naar de Noordzee

    De Noordzee wordt door verschillende bronnen van water voorzien. Via het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk komt per jaar 5000 kubieke kilometer water vanuit de Atlantische Oceaan de Noordzee in. Via het noorden bij de Shetland eilanden stroomt 50.000 kubieke kilometer oceaanwater de Noordzee in. De Oostzee levert jaarlijks 500 kubieke kilometer brak water en de verschillende rivieren 300 kubieke kilometer zoet water aan de Noordzee. Al het water in de Noordzee wordt zo ééns in de twee jaar ververst. Neerslag en verdamping houden elkaar ongeveer in evenwicht: 500 millimeter per jaar verdampt en ongeveer eenzelfde hoeveelheid komt er weer bij via neerslag.

  • Stromingen in de Atlantische Oceaan
    Stromingen in de Atlantische oceaan, Ecomare

    De stroming in de Noordzee wordt veroorzaakt door instromend water uit de Atlantische Oceaan. Het water dat instroomt is een deel van de Warme Golfstroom. De oorsprong van deze waterstroom ligt bij de evenaar. Daar stuwt de heersende wind een watermassa naar het westen. Wanneer de stroming het Amerikaanse continent bereikt, moet deze afbuigen. Er gaat een aftakking naar het zuiden en een naar het noorden. De Golfstroom is de noordelijke aftakking en blijft aanvankelijk als een smalle stroom langs de kust gaan. De Golfstroom koerst daarna over de Atlantische Oceaan naar West-Europa. Het water uit de Atlantische Oceaan wordt ook door de hier heersende westenwind naar het oosten geduwd. Onderweg krijgt de Golfstroom te maken met het Coriolis effect, waardoor het water een draairichting tegen de klok in krijgt. Eenmaal aangekomen bij de Ierse kust wordt de stroming omgebogen in twee richtingen: noord en zuid. Via het Nauw van Calais en langs de Schotse kust komt uiteindelijk het water in de Noordzee terecht.

  • Getijdenstroom in de Noordzee
    Getijdestroming langs de Nederlandse kust, Ecomare

    Het getij zorgt ervoor dat de Noordzee een stroming kent. De ebstroom en de vloedstroom zijn niet even groot. Langs de Nederlandse kust verzet de vloedstroom meer water dan de ebstroom. Per saldo stroomt het water langs de Nederlandse kust daarom van zuidwest naar noordoost.
    Als er water binnenkomt via het zuiden en het noordwesten, dan kan het er alleen maar uit via het noordoosten. Het water stroomt dan ook langs de Noorse kust weer terug naar de Atlantische Oceaan.

  • Stroming in de Waddenzee
    Eb en vloed ontmoeten elkaar, Ecomare

    De stroming in de Waddenzee wordt bepaald door het getij. Vanuit het westen komt de vloed via de zeegaten binnen. In het noorden verlaat deze stroming het waddengebied weer. De getijdegolf doet er zo'n 7 uur over om van Den Helder naar Esbjerg te gaan.

  • De ene druppel is de andere niet
    De belangrijkste fronten in de Noordzee, Ecomare

    In de Noordzee circuleren verschillende watermassa's. Deze mengen soms slecht met elkaar. Langs de kust is het water zoeter doordat rivieren uitstromen in zee. Dit zoetere water mengt slecht met het zoute water. De sterke stroming in de Noordzee belemmert deze menging ook nog eens. Een gevolg is dat vervuilende stoffen gedurende een lange tijd langs de kust blijven. Waar de stroomsnelheden laag zijn, bijvoorbeeld in de Waddenzee, bij de Oestergronden en in de Duitse Bocht bezinkt deze vervuiling gemakkelijk.
    Ook verder van de kust worden duidelijke grenzen gevonden. Het zoutgehalte en de temperatuur van het water kan verschillend zijn als het uit verschillende streken komt. Deze begrenzingen worden fronten genoemd. In de zomer zijn de fronten het scherpst. Doordat de wind dan minder hard waait treedt de minste menging op. Bij de fronten kunnen nutriënten en plankton zich ophopen.

De zee; levensgevaarlijk

Op 13 augustus 2006 waren er supergrote golven voorspeld om op te surfen. Om 6 uur 's ochtends was ik op het strand. Na op 2,5 meter hoge golven te hebben gesurft was ik 2 uur later erg moe. Het tij kwam al flink hoog op. Tijd om weer naar het strand te peddelen. Op dat moment lag ik voor de Mui. Er braken voor het hoge water geen golven meer die mij zouden kunnen helpen naar het strand te surfen. Ik moest dus op eigen kracht tegen de stroom van het water in. De kracht van het water maakte mij weer eens duidelijk hoeveel sterker de zee is dan ik. 

Peter, medewerker restaurant, surfer