De vos werd altijd als grootste vijand van weidevogels zoals grutto's gezien, maar dit blijkt niet waar te zijn. Behalve vossen, is er ook nog een hele reeks andere roofdieren die de eieren en kuikens van weidevogels bedreigen. Zo worden de eieren geroofd door steenmarters, hermelijnen, egels, bunzings en vogels zoals kraaien, haviken, buizerds, scholeksters en bruine kiekendieven, zo bleek uit een grootschalig onderzoek in 2005. De kuikens werden vooral gepakt door blauwe reigers en buizerds.
Als weidevogels met veel zijn, kunnen ze dicht bijelkaar broeden en elkaar tegen roofdieren beschermen. Nu er minder weidevogels zijn, is het voor roofdieren waarschijnlijk makkelijker om de eieren of jongen te roven. Een andere hypothese is dat als reactie op de afname van het aantal weidevogels de vogels tegenwoordig meer verspreid gaan zitten, zodat de vos ze minder makkelijk vindt.
De liefde voor de weidevogels gaat helaas gepaard met wraakacties tegen roofvogels. Zo zijn er in Nederland in 2005 minimaal 635 roofvogelnesten verstoord door 'vogelliefhebbers'.
In het Friese Grootegast wil men roofdieren minder kansen geven door bijvoorbeeld bomen en struiken te verwijderen, waarin ze op de uitkijk kunnen staan. Ook moeten kuilbulten in de winter afgedekt worden om kraaien te weren en kunnen nesten van geurstoffen worden voorzien. Eigenaren van katten zouden voorlichting moeten krijgen over het binnenhouden van hun huisdieren in de broedtijd.
Om grutto's en andere weidevogels te redden moeten er volgens de onderzoekers een aantal kerngebieden komen waarin op ouderwetse manier geboerd wordt, dus een hoge waterstand, koeien in de wei en bloemrijk hooi- en weiland.
Het ministerie van LNV ontwikkelt actief beleid met betrekking tot het aantal weidevogels dat er in Nederland moet kunnen leven. Alle deskundigen worden verenigd in een weidevogelkennisnetwerk. Voor de meest bedreigde soorten als de kemphaan wil de minister ongeveer 30.000 hectare reserveren. Voor "kritische soorten" zoals de grutto ruimt hij meer ruimte in: van 100.000 hectare nu naar 250.000 hectare in de toekomst. In 2010 mag het aantal weidevogels niet meer teruglopen. De minister wil binnen enkele jaren het accent van de weidevogelbescherming verleggen van nestbescherming naar mozaïekbeheer, waarbij stroken gras niet gemaaid worden. In het langere gras hebben de jongen meer kans om veilig op te groeien en zijn er meer insecten aanwezig die als voedsel dienen.