Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Sloot in Friesland, Ecomare, Oscar Bos

Vissen in sloten, plassen en meren

Het waddengebied aan de binnenkant van de dijk wordt gekenmerkt door tal van sloten, vaarten en een aantal grotere plassen en meren. Elk van deze watertypen kent een eigen samenstelling van de visfauna. In het algemeen eten de larven van vissen en de jonge vissen eencelligen en de raderdiertjes. Voor de jonge vis en de volwassen vissen die plankton eten zijn de kreeftachtigen het belangrijkst. Hieronder vallen roeipootkreeftjes en watervlooien (kieuwpootkreeften).

  • Vissen in stilstaande wateren
    Sloot achter de dijk (Noorderleegpolder, Friesland), Ecomare, Oscar Bos

    Stilstaande wateren hebben geen kenmerkende samenstelling van de visfauna, omdat er zoveel verschillende soorten stilstaand water zijn, zoals zandputten, kanalen en grachtwateren. De meest algemene vissoorten die in zulk water door vissers gevangen worden zijn blankvoorn, brasem, baars en kolblei . Verder valt op dat er veel ruisvoorn, zeelt, karper, vetje en graskarper zit. Deze laatste zijn typische vissoorten van kunstmatige wateren.

  • Vissen in sloten
    Sloot in Firdgum, Friesland, Ecomare, Oscar Bos

    Officieel is een sloot "een lijnvormig water van minder dan vier meter breed". Het kenmerk van sloten is dat het water niet of weinig stroomt. De meest voorkomende vissoorten in sloten zijn driedoornige stekelbaars en tiendoornige stekelbaars, de kleine modderkruiper en bittervoorn. Verder zijn blankvoorn, zeelt, snoek en baars in sloten algemeen.

  • Vissen in grote plassen en meren

    In grote plassen en meren (zoals de Kleine Wielen bij Leeuwarden) zijn brasem en blankvoorn de meest voorkomende vissoorten, gevolgd door snoek en snoekbaars. Ook de bittervoorn, de kwabaal en de kroeskarper worden er regelmatig gevangen. Wanneer een meer heel erg troebel is, kan het nuttig zijn om het grootste deel van de vissen eruit te halen. Hierdoor worden er minder watervlooien opgegeten en wordt de bodem minder omgewoeld. De watervlooien kunnen dan meer algen eten, waardoor het water helderder wordt.