Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Ongewervelden   Stekelhuidigen   Zeeappel   Zeeklit   Gewone zeester   Mossel   Tweekleppigen   

Mens en Milieu

Zeester

afmetingen:

maximaal 50 centimeter, meestal rond de 10 centimeter doorsnede

kleur:

licht oranje tot dieppaars

leeftijd:

5 tot 10 jaar

voedsel:

veel soorten weekdieren, vooral tweekleppigen maar ook dierlijk afval

vijanden:

zonnester, sommige vissoorten

voortplanting:

geslachtelijk

  • Ned: Zeester (gewone zeester)
  • Lat: Asterias rubens
  • Eng: Common starfish
  • Dui: Gemeiner Seestern
  • Dan: Søstjerner
zeester, foto fitis, sytske dijksen

Gewone zeester

Als je een levende zeester op je natte hand legt, zuigt hij zich snel vast met zijn zuignapjes. Als je hem dan los wil maken, kost dat je flink wat moeite. Ze kunnen met die sterke zuignapjes zelfs mosselen openen. De zeester gebruikt zeewater om de zuigvoetjes aan te sturen. Op de bovenkant van de zeester zit een glad vlekje met kleine gaatjes er in, dit is zijn waterfilter. De mond van de zeester zit aan de onderkant, en zijn anus in het midden op de bovenkant.

  • Verspreiding en habitat
    jonge zeester, foto fitis, sytske dijksen

    De gewone zeester is de meest algemene zeester in de Noordzee, deltawateren en Waddenzee. Je kunt ze vaak op mosselbanken en in de poeltjes op strekdammen en zeedijken vinden, waar groepjes mosselen zitten. Ze leven vanaf de waterlijn tot op 650 meter diepte.

  • De aanhouder wint
    zeester met mossel, foto fitis, sytske dijksen

    De zeester is gek op mosselen, maar mosselen staan er om bekend dat ze hun schelp stijf dicht kunnen houden. Probeer maar eens de schelphelften van een levende mossel van elkaar te wrikken. De zeester kan een mossel openbreken door twee armen op de linkerklep en de andere armen op de rechterklep vast te zetten. De mossel sluit haar kleppen met de sterke sluitspier, maar de zeester heeft geduld. Naast het feit dat de mossel constant kracht moet zetten op zijn sluitspier, krijgt hij ook geen zuurstof meer omdat de zeester zijn watertoevoer afsluit. Als de mossel moe wordt, begint de zeester te trekken, en na enkele uren volhouden laat de mossel vaak de schelphelften los. De zeester stulpt dan zijn maag naar buiten en legt die over de weerloze mossel. Zo wordt de mossel in zijn eigen schelp opgegeten en verteerd.