Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Common cuttlefish, Ecomare, Peter van der Wolf

Inktvissen

Inktvissen zijn hoog ontwikkelde weekdieren. Dit is vooral goed te zien aan hun ogen, waarmee ze bijzonder goed details kunnen onderscheiden. Het zijn jagers die het voorzien hebben op kreeftachtigen, schelpdieren, vissen en andere inktvissen. De verschillende soorten inktvissen kun je in twee groepen verdelen: de achtarmigen en de tienarmigen. Een achtarmige die voorkomt in de Noordzee is de kleine achtarm. Verder komen er vrijwel alleen tienarmige soorten voor in de Noordzee: de zeekat, de gewone pijlinktvis, de dwergpijlinktvis en de grote pijlinktvis.

  • Zelfverdediging
    zeekat jong, ecomare sytske dijksen

    Inktvissen worden gegeten door verschillende soorten roofvissen, dolfijn-achtigen en de mens. Ze hebben drie manieren om zich te beschermen tegen belagers. Ten eerste kunnen zij pijlsnel achteruit zwemmen door hun 'straalmotor' aan te zetten. Via een buis aan de zijkant zuigt een inktvis water naar binnen. Als het moet dan knijpt hij zijn lichaam samen, waardoor het water er aan de onderkant uit spuit. Door deze harde straal water naar buiten te persen schiet de inktvis vooruit, of in dit geval achteruit. Ten tweede kunnen zij een wolk kleurstof (inkt) uitstoten. De inkt van een inktvis dient niet alleen om belagers het zicht te ontnemen, maar schakelt waarschijnlijk ook de reukzin van de aanvaller uit. Ten derde maken ze gebruik van camouflage: ze veranderen van kleur en nemen de kleur van de omgeving aan. Vooral de zeekat is hier bekend om, die wordt dan ook wel de 'kameleon van de zee' genoemd. Zeebiologen wijzen er graag op dat zeekatten veel sneller van kleur kunnen wisselen dan kameleons. Kameleons zouden dus eigenlijk de 'zeekatten van het land' genoemd moeten worden.

  • Monsters uit de diepzee

    Vooral in de diepzee worden nog steeds spectaculaire nieuwe soorten gevonden. Zo werd in de Golf van Mexico een inktvissoort ondekt met tien armen van 7 meter lang. Dat is ongeveer net zo lang als 4 mensen die op elkaars schouders staan. Deze nieuwe soort is daarmee meteen de inktvis met de langst bekende armen.
    De kraken is een zeemonster dat in oude verhalen van piraten en zeelieden voorkomt. Het is een groot monster dat op een inktvis lijkt, schepen met zijn poten omarmt en de diepte in sleurt. De kraken bestaat niet, maar reuzeninktvissen wel. Waarschijnlijk zijn de oude zeeroversverhalen gebaseerd op deze reuzeninktvis, die wel 14 meter lang kan worden. Hoe deze dieren leven is een mysterie. Soms spoelen er dode exemplaren aan op het strand, vandaar dat we van hun bestaan afweten.
    Pas in 2004 is het onderzoekers gelukt om een reuzeninkvis levend te fotograferen. Japanse onderzoekers volgden daartoe potvissen, die op reuzeninktvissen jagen, naar hun jaaggebied en lieten daar een stevige vislijn tot een diepte van 900 meter zakken. Als aas diende een kleinere inktvis en een zak garnalen. Uit de beelden bleek dat na korte tijd een reuzeninktvis het aas aanviel door er met zijn vangarmen omheen te krullen, net zoals een python zijn prooi aanvalt. Helaas bleef hij met één van zijn vangarmen haken. Daarop volgde een 4 uur durende worsteling die de inktvis uiteindelijk een arm kostte, omdat hij afbrak.
    Een reuzeninktvis echt bestuderen in zijn natuurlijke leefomgeving is nog steeds niet gelukt. Resten van reuzeninktvissen zijn wel teruggevonden in de magen van potvissen en slaaphaaien. Deze grote dieren eten de onderwaterreuzen. Potvissen hebben vaak ook littekens van gevechten met de reuzeninktvis.

  • Opmerkelijke stranding

    In juli 2003 werd op het strand van Westhever (Sleeswijk-Holstein) een 40 centimeter lange inktvis gevonden. Het bleek te gaan om een muskusoktopus (Eledone moschata); een soort die normaal gesproken vooral in de Middellandse zee voorkomt.

Baby’s in gelei

Na een geslaagde opening dronken we nog wat in een strandtent. Een collega  liet haar strandvondst zien: een kledderig hoopje gele gelei. Inktviseieren.
‘Leuk, vertelde ik mijn buurman, een potige medewerker van Rijkswaterstaat. ’Daar komen inktvisjes uit. ’Zal wel’,was het antwoord. ‘Uit die viezigheid zeker’. We jutten een leeg glaasje en legden het ‘’snotje’’ erin. Onmiddellijk zwommen tientallen piepkleine inktvisjes door het  geimproviseerde aquarium. Stomverbaasd keek de grote man naar de krioelende diertjes. ‘Wat schattig….’ zei hij.

Pierre Bonnet, Educatieve dienst Ecomare