Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

moeraspoelslak met eieren, foto fitis, sytske dijksen

Zoetwaterslakken

In Nederland komen ongeveer 42 soorten zoetwaterslakken voor. De meeste slakken in Nederland hebben een onopvallend geel tot grijsbruin huisje, dat meestal bedekt is door een zwarte of groene laag. Waarschijnlijk biedt de onopvallende kleur bescherming tegen vijanden. Bekende slakken zijn de gewone poelslak en de posthoornslak.

  • Zuur

    Zoetwaterslakken hebben kalk nodig om een huisje te bouwen en houden daarom vooral van 'hard' water. Kalk wordt opgelost door zuur. Zure regen kan er daardoor voor zorgen dat gebieden niet meer geschikt zijn voor waterslakken. Andere factoren die bepalen of een gebied geschikt is voor zoetwaterslakken zijn het bodemtype, de hoeveelheid vijanden, de waterstroming, de temperatuur en de waterkwaliteit.

  • Zuurstof
    leverbotslakje, foto fitis, sytske dijksen

    Slakken die veel zuurstof nodig hebben zullen vooral voorkomen waar het water stroomt en het niet te warm is. De stroming voert vers water met zich mee dat zuurstof bevat. Sommige dieren maken zelf een stroompje om zuurstof te krijgen, maar dit kunnen zoetwaterslakken niet.
    Een bepaalde groep slakken, de longslakken, leeft onder water maar heeft als landdieren echte longen en ademt lucht. Longslakken moeten om adem te halen regelmatig naar het wateroppervlak. Om te ademen laten longslakken plotseling de bodem los waardoor ze op stijgen. De lucht in zijn longen werkt net als belletjes in de cola, het wil naar boven toe. Op dezelfde manier ontsnappen longslakken aan vijanden. Terug naar de bodem is lastiger. De slakken zoeken dan planten waarlangs ze naar beneden kunnen kruipen.

  • Kruipende babies
    slakkeneieren, foto fitis, sytske dijksen

    De meeste slakken uit het zoete water leggen hun eieren in een pakketje. Uit deze eikapsels komen zwevende larfjes of jonge, al kruipende slakjes. Sommige soorten zijn levendbarend.