Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Paling

afmetingen:

maximaal 150 centimeter

gewicht:

maximaal 10 kilogram

kleur:

Larven: doorzichtig
jonge paling:olijfgroen tot bruin en een geelwitte buik
volwassen paling: donkergrijs, lichter aan de buikzijde

leeftijd:

tot ongeveer 30 jaar

voedsel:

larven: zooplankton
jonge paling: watervlooien, kreeftjes, wormen en insectenlarven
grote paling: ook vis

vijanden:

onder andere aalscholvers, reigers en de mens

voortplanting:

eileggend
geslachtsrijp: vanaf 8-13 jaar
aantal: miljoenen eitjes

  • Ned: Paling (aal), bamisaal, blankaal, biezenbijter, blinker, breedbek, dikkop, happer, koppe, platkop, robber, schieraal, schoenveter, slokker, spitskop, zilverpaling, tetting (juveniel), tochtaal (juveniel), gele aal (juveniel), rode aal (juveniel), glasaal (larve))
  • Lat: Anguilla anguilla
  • Eng: European eel
  • Dui: Flußaal
  • Fra: Anguille
  • Dan: Ål
paling, foto fitis, sytske

Paling

De paling, ook wel aal genoemd, is een geheimzinnige vis. Zo is nog niet zo lang bekend waar de palingen paaien. Ook werd er vroeger gedacht dat jonge en volwassen paling verschillende vissoorten waren. Ze zien er namelijk best anders uit. Palingen kunnen in zoet en in zout water leven. Als het nat genoeg is kunnen ze zich zelfs over land voortbewegen. De paling wordt op dit moment door overbevissing bedreigd. Ook obstakels tussen zoet en zout water zorgen voor problemen. In 2007 is de paling tot beschermde diersoort verklaard en is er een Europees herstelplan opgesteld.

  • Levencyclus

    In de Sargassozee (in de westelijke Atlantische Oceaan) worden de kleinste larfjes van de aal gevonden. Daarom is het heel waarschijnlijk dat palingen zich daar ergens in de buurt voortplanten. De Sargassozee is groter dan heel Europa en je vindt er bijvoorbeeld de Bermudadriehoek. Nog nooit heeft iemand gezien hoe palingen paaien. Algemeen wordt aangenomen dat de palingen doodgaan na de daad.
    De larfjes uit de Sargassozee drijven op de zeestroming naar de Europese kust. Dit is een reis van 6000 kilometer, die 1 tot 3 jaar kan duren. Als de larfjes bij de Eurpese kust zijn aangekomen zijn ze gegroeid tot 7 centimeter en heten ze glasaal.
    In de winter en het voorjaar komen de glasalen bij de mondingen van de rivieren aan. Ze laten zich dan met opkomend water de rivier in drijven. Als het weer laag water wordt schuilen ze in de bodem, zodat ze niet terug naar zee drijven. Pas als het koude winterwater een beetje is opgewarmd tot zo'n 10 graden kunnen de glasalen zelf zwemmen. Wanneer het water nog te koud is 'hangen' soms grote groepen glasaal in riviermondingen en voor sluisdeuren. Die glasaaltjes zijn best lekker. In Engeland en een paar landen rond de Middellandse Zee worden ze op zulke 'hangplekken' beroepsmatig bevist.
    Na de volgende groeistap heten ze pootaal. Ze eten dan insectenlarven, kreeftjes, wormen en watervlooien. In het voorjaar zwemmen de meeste jonge palingen verder de rivieren op. In dit zoet water blijven ze tot ze volwassen zijn. Dan heten ze rode aal. Vanaf een lengte van 25 centimeter eten de palingen dan ook vis. Een deel van de jonge paling zwemt niet verder de rivieren op. Deze palingen blijven dus hun hele leven in brak of zout water.
    De aal groeit heel langzaam door de lage temperaturen in onze rivieren en meren. Een paling van 30 centimeter die je op de markt kunt kopen is wel 8 tot 10 jaar oud. Pas als de alen tussen de 35 en 45 centimeter zijn beginnen ze te puberen en aan de voortplanting te denken. Dan beginnen ze dus weer aan de lange trektocht terug naar de Sargassozee.
    Die trek begint in het late voorjaar en de zomer. De paling verandert dan nog een keer van kleur en uiterlijk. Dan worden ze schieraal of zilverpaling genoemd. De kleur op de rug verandert van groen-bruin in zwart. De buikkant verandert van geel in een metaalachtige zilveren kleur. Ook worden de ogen groter, hun borstvinnen meer langwerpig en hun snuit smaller. Met al deze veranderingen krijgt de paling steeds meer weg van een diepzeevis. Ze stoppen ook met eten.
    De palingen willen zo graag terug naar de Sargassozee, dat ze soms wel eens over land gaan. Het is bekend dat palingen tijdens de trek uit de sloten door de (vochtige) weilanden kunnen kruipen. De paling heeft zijn kieuwen dan gesloten en maakt gebruik van huidademhaling. In de herfst trekken miljoenen zilverpalingen door de Noordzee.

  • Onderzoek naar trek en voortplanting

    Op de universiteit van Leiden is een opstelling gebouwd om het trekgedrag van paling te kunnen bestuderen. In een complex van aquaria en tunnels kan men de hele reis van Nederland naar de Sargassozee nabootsen. Het licht, de luchtdruk, de temperatuur en de waterstroming worden zo goed mogelijk nagemaakt. In december 1997 begonnen 22 volwassen palingen uit de Grevelingen hun nagemaakte reis naar de Sargassozee. De onderzoekers hopen zo meer te weten te komen over de trek van de paling en het raadsel van de voortplanting.
    Uit het onderzoek is gebleken dat palingen in elk geval over voldoende vetreserves beschikken om de lange reis naar de Sargassozee te maken. Dit komt vooral doordat palingen erg efficiënt kunnen zwemmen en dus weinig vet hoeven te verbranden. De palingen hebben deze reserves nodig omdat ze tijdens de trek niet eten. In dat vet zou wel eens een gevaar kunnen schuilen: vette palingen bevatten relatief extra veel giftige PCB's. Deze gifstoffen hebben een verwoestend effect op de voortplanting. Ook zijn er aanwijzingen dat het vetgehalte in palingen de laatste jaren toch sterk afneemt.

  • High-tech aal

    Er zijn ook weleens palingen uitgerust met een echte zender. Palingen die in Duitsland klaar stonden voor vertrek naar de Noorzee kregen hiervoor een klein glazen buisje in hun buik. In dit buisje zat een zendertje en een batterij. Het buisje was in totaal zo'n 6 centimeter lang. Als deze high-tech aal een speciaal registratiestation passerde, werd er een signaal afgegeven. Hierdoor wisten de onderzoekers precies welke aal het was. In totaal kregen 130 palingen een zendertje. Het startpunt van het onderzoek lag bij de hoofdstroom van de Rijn bij Keulen. Na vier dagen had het snelste dier de Noordzee bereikt! De langzaamste deed er meer dan een jaar over.

  • Paling bedreigd

    De hoeveelheid paling is in Nederland heel erg afgenomen. De precieze oorzaak van de achteruitgang is onbekend. Overbevissing, inpolderingen en de afsluiting van rivieren door sluizen, stuwen en dammen kunnen de oorzaak zijn. Maar ook klimaatveranderingen, hormoonverstorende stoffen of vervuiling kunnen een rol spelen. Volgens visserijbioloog Dekker, werkzaam bij IMARES en voorzitter van de aalwerkgroep van ICES, is het mogelijk dat de uiteindelijke oorzaak het uitzetten van Franse paling na de oorlog is. Door deze invoer kan de ecologie van de inheemse paling te veel zijn veranderd. Volgens hem is de enige oplossing het stoppen met paling vangen. Maar zelfs dan zal het nog tweehonderd jaar duren voor de stand zich heeft hersteld.
    De palingkwekerijen in Europa hebben te kampen met een tekort aan aal. Dit komt omdat de natuurlijke intrek van glasaal in de afgelopen 20 jaar heel erg is afgenomen. Daarom zetten vissers ook zelf glasaal uit. Dit gebeurde een eeuw geleden ook al. De glasaal werd uitgezet in de polders, waar de glasaaltjes in 4 tot 10 jaar tijd uitgroeiden tot aal van een mooi formaat. De prijs van glasaal is echter van 10 euro per kilo in 1980 naar 250 euro per kilo gestegen. Bovendien bieden bijvoorbeeld Chinese aalkwekerijen wel 600 euro per kilo.
    In Engeland en een paar landen rond de Middellandse Zee wordt de glasaal beroepsmatig bevist. De vissers vissen in de winter en het voorjaar. Ze proberen de glasaal dan in de zout-zoet overgangen zoals estuaria, riviermondingen en voor dammen te vangen. Een groot deel van de vangst wordt in Azië verder opgekweekt in aalkwekerijen. Er wordt ook een deel in de EU verder opgekweekt. De kwekerijen hebben glasaal nodig, omdat kunstmatige voortplanting van de aal is tot nu toe nog niet mogelijk is. Ook wordt een deel van de gevangen glasaal uitgezet of opgegeten, met name in Spanje.

  • Palingplannen

    In 2004 heeft de Europese Commissie (EC) maatregelen aangekondigd om de visserij op aal te beperken. Elk Europees land moet een plan indienen. Het doel daarbij is dat de aalstand zich weer kan herstellen. De Nederlandse regering heeft daarom een plan ontwikkeld om te zorgen dat meer palingen naar de Sargassozee terug kunnen keren om zich voort te planten. Een onderdeel van dit plan is een vangstverbod in de maanden september en oktober, als de meeste schieraal naar zee trekt. De vissers zijn het niet eens met dit plan. Ze hebben daarom een alternatief plan bedacht. Om de paling te helpen willen ze een deel van hun vangst uit de rivieren en meren zelf naar zee gaan brengen. In december 2008 werden er daarom 2000 puberende palingen door de vissers naar de zee gevaren en daar losgelaten. Het is nog niet duidelijk welk plan uiteindelijk wordt ingediend bij de Europese Commissie.

  • Gouden aal
    Gedeeltelijke goudaal uit het Grevelingenmeer, Jaap de Ronde, Visserijnieuws

    Soms worden wel heel bijzonder gekleurde palingen gevonden. In 2004 werd er uit het Grevelingenmeer door de gebroeders Bout een knalgele paling met zwarte vlekken gevist. Ze kwamen terecht bij bioloog Dekker van het RIVO in IJmuiden, die zag dat het een 'gouden aal' betrof, een soort albino. Door de afwezigheid van donkere kleuren wordt juist het geel erg zichtbaar (xanthochromatisme).

  • Verspreiding en habitat
    Verspreiding van paling, Kaartje getekend door Sherri Huwer

    Onze paling komt voor vanaf de Sargassozee tot Marokko, het hele Middellandse Zeegebied, de Oostzee, tot in het noorden van Noorwegen. In de gehele Benelux komt paling in vrijwel alle oppervlaktewateren voor.