Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Rotgans

afmetingen:

56-61 centimeter; 110-120 centimeter spanwijdte

kleur (volwassen):

korte zwarte snavel, korte zwarte staart met witte onderkant, lichaam donker grijs-bruin, hals en kop zwart met witte vlekken aan beide zijden van de hals

voedsel:

zeegras, zeesla, gras, wintergranen

bedreigingen:

poolvos

voorkomen Nederland:

wintergast en doortrekker

habitat:

broedt op toendra

voortplanting:

3-5 eieren per nest

leeftijd:

gemiddeld 11 jaar, maximaal 28 jaar

  • Ned: Rotgans
  • Eng: Brent Goose (Dark-bellied Brent goose)
  • Fra: Bernache cravant
  • Dui: Dunkelb. Ringelgans (Ringelgans)
  • Dan: Morkbuget Knortegis
  • Nor: Ringgis
  • Fries: Rotgoes
  • Ital: Oca colombaccio
  • Lat: Branta bernicla bernicla
Rotgans, Jeroen Reneerkens (jeroenreneerkens@hetnet.nl)

Rotgans

Stel je voor, je hebt maar twee maanden om een nest te bouwen, eieren uit te broeden en je jongen groot te brengen voordat je eten weer onder een dik pak ijs en sneeuw verdwijnt. Dat is zo ongeveer wat paartjes rotganzen meemaken als ze elk jaar tot ver voorbij Spitsbergen naar het schiereiland Taymir, in noord-oost Siberië, vliegen. Als bij aankomst de toendra te koud blijkt kunnen ze geen nest maken, en hebben ze de reis van 4500 kilometer voor niets gemaakt. Dan gaan ze maar weer terug naar het waddengebied, om de winter op een minder barre plek door te komen.

Ganzenland


Rotgans, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

Vanaf het begin van de jaren zeventig werden steeds sterkere protesten gehoord van boeren in het waddengebied die last hadden van grazende rotganzen. In het voorjaar aten de ganzen in grote getalen van de ingezaaide graslanden en op weilanden. Er zijn sindsdien vele initiatieven genomen om dit probleem tussen vogels en boeren op te lossen. Op Texel is bijvoorbeeld, vlak bij het kweldergebied de Schorren, een speciale rotganzenboederij ingericht. De boerderij, met 110 hectare grasland, wordt nu speciaal beheerd voor de ganzen. Duizenden vogels blijven hier tussen eind september en eind mei. De ganzen die op andere graslanden grazen mogen daar nu verjaagd worden.

  • Broeden onder barre omstandigheden

    Het grootbrengen van jongen op de barre toendra valt nog niet mee. De rotganzen zijn voor succes zelfs afhankelijk van de aantallen lemmingen in het broedgebied. Wanneer er weinig van deze knaagdiertjes op de toendra zijn, gaan de poolvossen namelijk op jonge rotganzen jagen. De ganzen kunnen dan alleen met succes op vos-loze eilandjes broeden. Andere slimme ganzen zoeken de nabijheid van sneeuwuilen. Die houden de vossen op afstand, maar pakken ook wel rotganzenkuikens. Toch heeft de open toendra ook voordelen voor de ganzen; in de poolzomer gaat de zon niet onder. Hierdoor kunnen ze roofdieren van grote afstand zien aankomen.

  • Trekken en grazen
    rotganzen op het wad, foto fitis, sytske dijksen

    Rotganzen eten planten. In Nederland aten ze tot ongeveer 1935 vooral zeegras dat toen nog overal op de ondiepe wadplaten groeide. Ook op de kwelders konden ze terecht. Maar het zeegras verdween door een ziekte, en veel kwelders werden ingepolderd. Daarom zijn de rotganzen uitgeweken naar boerenland waar ze zich, tot ongenoegen van de boeren, te goed doen aan de landbouwgewassen. Om hun trektocht van 4.500 kilometer vol te kunnen houden, moeten ze behoorlijk grazen. Als de lente koud is zitten er veel eiwitten in planten en kunnen de ganzen snel lekker dik worden. Maar in warme lentes gaan de eiwitten op aan de snelle groei van de planten en komen de ganzen moeilijk op gewicht. Dan komen ze in slechte conditie aan in Siberië en worden er maar weinig jongen geboren.

  • Bescherming

    Signalering:Netwerk ecologische monitoring
    Nederland: Lijst van doelsoorten
    Nederland: Flora en Faunawet
    Europa: Vogelrichtlijn
    Internationaal: AEWA (bescherming trekvogels), Conventie van Bern, Conventie van Bonn

Linea recta naar het noorden

Als student heb ik eens gezien dat de rotganzen, waarvan ik toen wekenlang het gedrag had onderzocht, wegtrokken naar hun broedgebieden. Het was ontroerend om te zien hoe de beesten, die wekenlang heel standvastig waren geweest in hun gedrag, als afgestompte fabrieksarbeiders, op die dag zenuwachtig werden, zich verzamelden, veel hoger gingen vliegen dan ik ze ooit had zien doen, en daarna in een rechte lijn naar het noordoosten wegvlogen.
Allemaal tegelijk kregen ze de drang om weg te gaan. Zodat ze op tijd in hun broedgebied aan zouden komen.

Laurens van Kooten, medewerker Educatieve Dienst

Een weiland vol