- Ned: Hermelijn
- Eng: Stoat (met bruine zomervacht), Ermine (met witte wintervacht)
- Fra: Hermine
- Dui: Hermelin (das Große Wiesel)
- Lat: Mustela erminea

- Hermelijn in winter kleed, Ecomare, Sytske Dijksen
Hermelijn
Hermelijnen zijn te vinden in houtwallen en bossen, maar ook langs slootkanten en in moerassen, en in de duinen. Schuilplaatsen vindt de hermelijn in oude ratten- en konijnenholen, onder boomwortels en in houtstapels, nisjes en boomholtes. Als een hol kleiner is dan 5 centimeter kan een hermelijn er niet in. Hermelijnen eten vooral woelmuizen en -ratten, maar ook konijnen, soms ook vogels of hun eieren. 's Zomers zijn hermelijnen bruin, maar 's winters is de vacht bij sommige dieren spierwit. In Nederland komt het vaak voor dat hermelijnen in de winter maar gedeeltelijk wit worden. Alleen de punt van de staart is altijd zwart.
WWW
Zie ook
Info
Copyright Ecomare
print

