Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
  • Ned: Zeehonden
  • Lat: Phocidae
  • Eng: True seals, earless seals
  • Dui: Hundsrobben

Zeehonden

Zeehonden zijn de acrobaten van de zee, maar op het land komen ze nogal onhandig over. Hoewel ze met gemak met 35 kilometer per uur door het water sjezen, halen ze op het droge maar net 2 kilometer per uur. Met die mooie, bolle ogen kunnen zeehonden heel goed onder water kijken, maar boven water zouden ze eigenlijk een brilletje nodig hebben. Zeehonden zijn dus helemaal aangepast aan het leven onder water. Toch kun je ze regelmatig boven water tegenkomen. Ze liggen graag in het zonnetje te rusten op een zandplaat of het strand.

  • Zeehondenmenu
    Grijze zeehond eet platvis, Salko de Wolf

    Zeehonden eten vooral vis. Om vissen in het troebele water te kunnen vinden, gebruiken zeehonden hun snorharen. Daarmee kunnen ze de kleinste bewegingen in het water voelen. Zo kunnen ze 'in het donker zien' waar de vis zich bevindt, tot op wel 100 meter afstand. Ze hebben niet echt een voorkeur voor één soort vis, maar ze vangen vooral vissen die dicht op de bodem leven. Platvissen, zandspiering en kabeljauwachtigen horen bij de favorieten, maar de vissoorten die ze eten kunnen per seizoen verschillen, afhankelijk van het aanbod.

    Als ze op hun eigen 'benen' staan moeten jonge zeehonden zelf leren om vis te eten en te vangen. Hun moeder geeft ze alleen melk en leert ze ook niet hoe ze moeten vissen. De eerste tijd op eigen benen vallen jonge zeehonden vaak erg af. Door de honger en hun instinct gaan ze dan uiteindelijk op vissenjacht.

  • In het water
    Zwembewegingen, gewone zeehond, Tekening uit een Deense lesbrief

    Een zeehond zwemt net zo makkelijk op zijn buik als op zijn rug en net zo makkelijk rechtop als ondersteboven. Tijdens het zwemmen gebruiken zeehonden de voorste vinpoten als roer; met het lichaam en de achterste vinpoten maken ze snelheid.

    Zeehonden kunnen honderden meters diep duiken. Hierbij zwemmen ze de eerste paar minuten actief naar beneden, daarna laten ze zich in een soort 'glijvlucht' verder naar beneden zakken. Hun lichaam is echt aangepast om lang en diep te kunnen duiken. Het bloed van zeehonden kan veel meer zuurstof opnemen dan het bloed van mensen. Verder kunnen ze tijdens de duik hun hartslag enorm verlagen, van 40 tot minder dan 1 slag per minuut, waardoor ze minder vaak hoeven te ademen. Wanneer ze van grote diepte weer omhoog komen, kunnen ze de ingeademde lucht uit hun longblaasjes pompen. Zo voorkomen ze dat er stikstofbelletjes in het bloed komen, die dodelijk kunnen zijn. Eenmaal boven water neemt de hartslag van een zeehond weer toe tot 120 slagen per minuut om de organen weer van zuurstof te voorzien.

  • Op het land

    Door alle aanpassingen voor het leven in zee lijkt de zeehond op het land maar een stuntel. Hij kan niet lopen omdat de achterste vinpoten in het verlengde van het lichaam staan. Zeeleeuw-achtigen kunnen hun achterste flippers nog wel min of meer gebruiken als 'achterpoten'; die lopen daarom een stuk beter dan zeehonden. Zeehonden slepen hun lichaam over de grond met behulp van de voorste flippers. Deze beweging wordt 'bobberen' genoemd.

  • Slapen
    Slapende zeehonden, Ecomare, Sytske Dijksen

    Zeehonden kunnen zowel op het droge als in het water slapen. In het water slapen ze rechtop drijvend als een grote dobber, of horizontaal drijvend aan de oppervlakte. Omdat ze tijdens het slapen niet actief zwemmen kunnen ze veel langer zonder lucht. Er zijn gevallen bekend van zeehonden die een half uur onder water bleven, maar meestal blijven ze niet langer dan een kwartier kopje onder.

  • Binnenkant van een zeehond
    Anatomie van de zeehond, M. Oberdorff
  • Verspreiding en aantallen
    Zeehonden vanuit de lucht, Ecomare, Salko de Wolf

    De aantallen in het waddenzeegebied zijn goed bekend. Onderzoekers van IMARES tellen de zeehonden in het Nederlandse deel van de Waddenzee vanuit een vliegtuig. De zeehonden worden dan gefotografeerd wanneer ze op de zandplaten liggen te rusten. Eénderde bevindt zich tijdens de tellingen in het water, zodat de wetenschappers bij de tellingen vanuit het vliegtuig nog 30 procent optellen om tot een verantwoorde totale schatting te komen.

    In het hele waddengebied (dus Nederland, Duitsland en Denemarken) leven vooral gewone zeehonden, zo'n 35.500 in 2011 (volwassen dieren en pups). Maar deze zeehonden komen niet alleen in de Waddenzee voor. Ook rond de Schotse eilanden, in de Wash, langs de Engelse, Franse en Belgische kust, in het Skagerrak en langs de zuidkust van Noorwegen leven gewone zeehonden.

    Grijze zeehonden leven vooral rond de Schotse eilanden, langs de Britse oostkust en in Cornwall. In december 1999 werd zelfs een zeehondenjong voorbij Londen in de Thames gezien. In de Nederlandse Waddenzee hebben zich in de jaren negentig grijze zeehonden gevestigd. Inmiddels is dat een flinke groep geworden, in 2011 werden er in Nederland 2388 grijze zeehonden geteld. De grootste groepen komen ten westen van Terschelling voor. Maar ook in andere delen van de Waddenzee worden soms enkelingen of kleine groepen gezien. Bij de Duitse eilanden Helgoland en Amrum leven meer dan honderd dieren. Satellietwaarnemingen van gezenderde zeehonden laten zien dat grijze zeehonden uit de Waddenzee geregeld helemaal naar Noord-Schotland en weer terug zwemmen.

    Zeehonden kunnen ook in zoet water overleven. Vroeger zwommen ze regelmatig rivieren op. Omdat de meeste rivieren nu afgesloten zijn door sluizen en waterkeringen is het voor zeehonden niet zo makkelijk meer om in zoet water te komen. Toch komt het nog wel voor. Zeehonden worden regelmatig gespot in het IJsselmeer. Meestal gebruiken ze de sluizen om tussen de Waddenzee en het IJsselmeer heen en weer te zwemmen, maar in 2011 werd een zeehond doodgereden die over de Afsluitdijk bobberde.

  • Dwaalgasten uit noordelijker streken

    Naast de gewone zeehond en de grijze zeehond, die allebei thuis horen in de zuidelijke Noordzee, komen er ook weleens zeehondensoorten uit noordelijkere streken in dit gebied. Ringelrobben bijvoorbeeld, uit de noordelijke Oostzee. Maar ook de zadelrob kun je hier weleens vinden. In 1987 was er sprake van een invasie van zadelrobben in de zuidelijke Noordzee als gevolg van voedselgebrek in de Barentsz Zee. Veel zeldzamer zijn strandingen van klapmutsen. In 1986 strandden er een aantal klapmutsen op de kusten van Frankrijk, België en Nederland. Deze 'mini-invasie' hield mogelijk verband met een jachtpartij onder de kolonie klapmutsen op het eiland Jan Mayen in de Noordelijke IJszee. Een eenmalige gebeurtenis was de stranding van een vrouwelijke baardrob op 27 juni 1988 in de haven van Yerseke. Verder zijn er de afgelopen eeuw in totaal 6 walrussen aangespoeld, waarvan de laatste op Ameland in januari 1998.

  • Bedreigingen door de mens

    Zeehonden zijn in het verleden in het Noordzeegebied flink bejaagd. Ze werden beschouwd als schadelijke dieren. Ze beschadigden de netten en kaapten de vis voor de neus van de beroepsvissers weg. Jagers kregen een premie voor elke afgeschoten zeehond. Ondanks dat de zeehondenjacht in de Wadden- en Noordzee nu al bijna 40 jaar is gestopt, worden de zeehonden nog steeds bedreigd. Nu door de stroom van vervuilende afvalstoffen van land naar zee en door lozingen of ongelukken op zee. Daarnaast blijkt ook verstoring door scheepvaart en recreatie problemen te geven. Verder kunnen zeehonden in fuiken en staande netten verdrinken.

  • Bedreiging: vervuiling van de zee
    Verspreiding Rijnwater via dominante zeestroming, Ecomare

    Elke dag komen afvalstoffen in de Noordzee terecht. Afkomstig van landbouw, industrie en steden vinden deze stoffen hun weg naar de zee via rivieren die in de Noordzee uitmonden. Andere afvalstoffen komen in zee terecht door lozingen en ongelukken op zee van schepen en via de lucht als zure regen. Het plankton neemt de giftige stoffen op waardoor ze in de voedselketen terecht komen. Uiteindelijk komen ze via bodemdieren en vissen in de zeezoogdieren terecht. De concentraties gif zijn het hoogst in soorten die dicht bij de kust leven. Dat komt omdat stoffen uit de rivieren vrijwel onverdund in het kustwater terecht komen. Een bekend voorbeeld van vergiftiging is de invloed die PCB's eind vorige eeuw hadden op de voortplanting en het immuunsysteem van zeehonden in de Waddenzee.

  • Bedreiging: rustverstoring
    Veerboot Terschelling vaart langs grijze zeehonden, Foto Fitis, www.fotofitis.nl

    Een ander probleem voor de zeehonden in de Noordzee en Waddenzee is dat het steeds drukker wordt in hun omgeving. Zo verstoren wadtoeristen en militairen bijvoorbeeld de rust van de zeehonden op het wad. Vooral in de zomer, als de jongen van de gewone zeehond worden geboren, is deze verstoring een bedreiging. In de eerste weken kunnen de jongen hun moeder niet missen. In de uren dat de zandplaten droog liggen, drinken ze melk bij hun moeder. Als moeder en kind tijdens het zogen telkens het water worden ingejaagd krijgt het jong een tekort aan moedermelk. Dit heeft ernstige gevolgen, het jong verzwakt en loopt grote kans om ziek te worden of besmet te raken met parasieten. Ook komt het voor dat moeder en kind door verstoring uit elkaar worden gejaagd. De waterpolitie moet in het zomerseizoen gemiddeld vier keer per dag optreden omdat de zeehonden die op de zandplaten liggen door toeristen worden verstoord.

  • Bedreiging: verdrinking in fuiken
    Schietfuik met verdronken zeehond (Griend), Ter beschikking gesteld door Jan van Dijk

    Een vis die in een fuik is gezwommen vormt een aantrekkelijke buit voor een zeehond. Die zwemt de fuik in om de vis te vangen. Eenmaal in de fuik kan de zeehond er niet meer uit en verdrinkt. In Nederland moeten sinds 1994 alle fuiken in de getijdenwateren uitgerust zijn met een keerwant, waardoor zeehonden er niet meer in kunnen verdrinken. Een keerwant is een grootmazig net in de de ingang van de fuik, waar paling en andere vis wel doorheen kan maar een zeehond niet. Toch verdrinken er nog altijd zeehonden in fuiken die niet zijn uitgerust met het verplichte keerwant.

  • Zeehond versus visser

    Vissers zien zeehonden vaak als bedreiging voor hun vangsten. In het verleden werden er afschotpremies uitgeloofd voor zeehonden vanwege de schade die ze zouden toebrengen aan de visserij. In Noorwegen en Canada gebruikt men dit argument nog steeds voor de beheerjacht op zeehonden. Uit onderzoek aan de maaginhoud en de uitwerpselen van zeehonden blijkt dat alle Nederlandse gewone zeehonden bij elkaar veel minder eten (1-2%) dan wat de visserij aan land brengt. Gewone zeehonden eten relatief veel jonge bot, een soort die voor de visserij nauwelijks interessant is. Voor de grijze zeehond is nog niet bekend hoeveel ze eten, omdat het onderzoek naar het voedselgedrag van de grijze zeehonden nog niet is afgerond.
    Plaatselijk kan vooral visserij met staand want of fuiken last hebben van hongerige zeehonden. De dieren beschadigen bij het stelen van de vis zowel de netten als de vangst. Ook de Schotse en Noorse zalmkwekerijen worden regelmatig bezocht door grijze zeehonden die graag zalm lusten. Exacte gegevens over de schade zijn moeilijk te geven omdat er grote verschillen zijn tussen de opgaven van de viskwekers ("schade enorm") en de natuurliefhebbers ("schade vrijwel verwaarloosbaar ten opzichte van het geld dat in de kwekerijen wordt verdiend"). Neutrale bronnen houden een gemiddelde schade van 1 tot 4% van de totale opbrengst aan.

  • Bescherming in de Waddenzee
    Zeehondenreservaten Nederlandse Waddenzee, Ecomare, Gerbrand Gaaff

    De gewone en grijze zeehond staan allebei op de Rode Lijst van zoogdieren. De overheid en de beheerorganisaties moeten, bij het maken van het beleid, rekening houden met Rode lijst soorten.

    Daarnaast is  in 1988 in Bonn het Zeehondenverdrag gesloten. Dit verdrag tussen de drie Waddenzee-landen Nederland, Duitsland en Denemarken, regelt de bescherming van de zeehonden in de Waddenzee. Er werd niet alleen afgesproken om niet meer op de zeehonden te jagen, maar ook om beschermde gebieden in te stellen. Er zijn reservaten aangewezen om verstoring van rustende en zogende zeehonden te voorkomen. Deze gebieden zijn dan ook verboden gebied in de zomer, als de zeehondenjongen geboren en gezoogd worden.

    In de overige Europese wateren worden de gewone en grijze zeehond beschermd op basis van de EU Habitatrichtlijn, de Conventies van Bonn en de Conventie van Bern.

Wilde roofdieren in Nederland