Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Mens en Milieu

Schorrenkruid

afmetingen:

10 tot 50 centimeter

kleur:

bloem: groenig
blad: blauwgroen

bloeitijd:

juli t/m september

bestuiving:

zelf- en kruisbestuiving door wind en insecten

voortplanting:

zaad

levensduur:

eenjarig

  • Ned: Schorrenkruid
  • Lat: Suaeda maritima
  • Eng: Annual Seablite
  • Fra: Sueda maritime
  • Dui: Strand-Sode
  • Dan: Strandgisefod
schorrenkruid, foto fitis, sytske dijksen

Schorrenkruid

Schorrenkruid is de ideale plant voor kwelders. Zeekraal, familie van schorrenkruid is de eerste landplant die je op het laagste gedeelte van het wad kunt vinden, schorrenkruid groeit net een beetje hoger. De twee planten hebben veel overeenkomsten. Allebei kunnen ze met hun wortels slik vasthouden en zo zorgen ze ervoor dat de kwelderbodem steeds een beetje hoger wordt. Hun bladeren nemen veel zout op en aan het eind van het groeiseizoen worden ze rood. Wanneer je het zout uit een schorrenzoutplant haalt en laat opdrogen wordt het zwart. Daarom heet de plant in het Latijn Suaeda. Dat woord komt uit het Arabisch en betekent 'zwart zout'.

  • Verspreiding en habitat
    schorrenkruid, foto fitis, sytske dijksen

    Schorrenkruid komt bijna overal in de wereld langs de kust voor. Het groeit tussen het hoogste deel van de moddervlakte en het laagste deel van de begroeide kwelder. Schorrenkruid heeft veel stikstof nodig. Dat haalt de plant uit aangespoelde resten van dode planten, wieren en zeedieren. Soms vind je schorrenkruid in het binnenland, ver van de zee af. Maar dan kun je er van op aan dat het een plek is waar zout in de grond voorkomt. Zodra het zout uit de bodem is verdwenen zal het schorrenkruid er niet meer groeien.

  • Steppenroller
    schorrenkruid, foto fitis, sytske dijksen

    Net zoals veel soorten uit de ganzenvoetfamilie kan schorrenkruid ook een steppenroller zijn: de uitgebloeide plant verdroogt, maakt zich los van de wortel en laat zich over vlak terrein waaien, zodat de zaden flink ver van de oorspronkelijke groeiplaats kunnen kiemen.