Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie
Fytoplankton., Koninklijk NIOZ, www.nioz.nl

Fytoplankton

Plankton is de verzamelnaam voor alles wat vrij in het water zwevend leeft. Het fytoplankton is het plantaardige deel hiervan. Het gaat om ééncellige algen, maar ook om meercellige, drijvende planten. De algen in de oceanen produceren 70% van de zuurstof in de atmosfeer. Zonder die plantjes zouden wij dus niet kunnen leven! Bovendien staan ze aan de basis van de voedselpiramide in zee, waardoor uiteindelijk ook roofvissen, zeezoogdieren, zeevogels en visetende mensen aan hun eten komen.

  • Klein maar onvervangbaar

    In de Noordzee zitten in een liter zeewater honderdduizend tot honderd miljoen planktonalgen. Naast deze algen komen er langs de kust allerlei soorten wieren voor. Omdat deze in veel kleinere aantallen voorkomen zijn ze minder belangrijk voor het leven in zee. Sommige dieren in de getijdenzone eten wier.

  • Wondere wereld

    De meeste planktonalgen zijn alleen met een microscoop te zien. Ze hebben vaak prachtige vormen, van rond tot langwerpig, soms met fraaie uitsteeksels. In de cellen is het groen en bruin van de bladgroenkorrels te zien. De meeste bestaan uit één cel, maar er komen ook kolonies van meerdere cellen voor. Als je wat nauwkeuriger kijkt, dan is het fytoplankton in twee groepen te onderscheiden: er zijn soorten met en soorten zonder zweepharen. Een zweephaar of flagel is een soort draadje dat heen en weer kan bewegen en zo gebruikt wordt voor voortbeweging. De algen zonder zweepharen behoren vooral tot de diatomeeën, die met zweepharen worden samengevat onder de naam flagellaten.

  • Zweven in het water
    , Jolanda van Iperen, NIOZ

    Voor het fytoplankton is het belangrijk om in de bovenste waterlaag te blijven zweven en niet naar de bodem weg te zakken. 'Boven blijven' is een levensvoorwaarde. Zonder zonlicht gaan ze dood. De planktonplantjes zijn dan ook niet voor niets klein en licht. Hoe kleiner je bent, des te groter is het oppervlak in verhouding tot het gewicht. En hoe groter je oppervlak naar verhouding is, hoe langzamer je zinkt.
    Bij diatomeeën wordt het drijfvermogen vergroot door allerlei uitsteeksels in de vorm van haren en stekels. Sommige soorten hebben een oliedruppeltje in hun huisje om hun zweefvermogen te vergroten. Verder dienen de ingewikkelde patronen van groefjes, putjes en perforaties op de huisjes ook om het oppervlak en daarmee het drijfvermogen te vergroten. Tot slot heeft een platte cel een groter draagvlak dan een bolle cel.
    Ook flagellaten hebben dergelijke aanpassingen. Zo heeft het lichaam van Pyrocystis elegans een pantser met grote uitsteeksels die het drijfvermogen vergroten.

  • Wondere wereld

    De meeste planktonalgen zijn alleen met een microscoop te zien. Ze hebben vaak prachtige vormen, van rond tot langwerpig, soms met fraaie uitsteeksels. In de cellen is het groen en bruin van de bladgroenkorrels te zien. De meeste bestaan uit één cel, maar er komen ook kolonies van meerdere cellen voor. Als je wat nauwkeuriger kijkt, dan is het fytoplankton in twee groepen te onderscheiden: er zijn soorten met en soorten zonder zweepharen. Een zweephaar of flagel is een soort draadje dat heen en weer kan bewegen en zo gebruikt wordt voor voortbeweging. De algen zonder zweepharen behoren vooral tot de diatomeeën, die met zweepharen worden samengevat onder de naam flagellaten.

  • Afname van voedingsstoffen door fytoplanktongroei
    Afname voedingsstoffen, Marsdiep 1990-2000, Ecomare
    Uit: NIOZ (www.nioz.nl)

    Fytoplankton is voor de groei afhankelijk van licht en voedingsstoffen als stikstof, fosfor en kiezelzuur. De hoeveelheid licht en voedingsstoffen kunnen in de loop van het jaar nogal verschillen. In de winter is er te weinig licht om het fytoplankton te laten groeien. Er zijn volop voedingsstoffen in het zeewater aanwezig, maar die worden niet gebruikt. In de winter is er dan ook weinig fytoplankton.
    Toename van zonlicht is de belangrijkste factor die de toename van fytoplankton in het voorjaar bepaalt. Eerst beginnen de diatomeeën zich te vermenigvuldigen. Deze soorten hebben betrekkelijk weinig licht nodig en groeien al goed bij lage temperaturen. Die groei kan snel gaan, tot één celdeling per dag. Daarbij wordt de in het zeewater opgeloste nitraat, fosfaat en kiezelzuur verbruikt. Het kiezelzuur wordt gebruikt voor de vorming van de kiezelschaaltjes, het nitraat en fosfaat voor de vorming van andere bouwstoffen (organische stoffen zoals koolhydraten, eiwitten en vetten).

    Als na enige tijd het kiezelzuur in het water op raakt, houdt de productie op en sterven de diatomeeën langzaam af. Intussen is de instraling van het licht en de temperatuur in de bovenste waterlaag toegenomen. Andere algensoorten, die geen kiezel nodig hebben, met name de flagellaten, krijgen nu een kans.
    In de zomer, als de hoeveelheid nitraat en fosfaat door deze soorten is uitgeput, houdt de groei op. De algen die niet zijn opgegeten door aanwezige dieren sterven af en zakken naar de zeebodem. Daar worden ze opgenomen door bodemdieren of afgebroken door bacteriën. Bij de afbraak van algen komen de eerder opgenomen voedingsstoffen weer vrij, en zijn zo opnieuw beschikbaar voor het fytoplankton.
    In de ondiepe delen van de Noordzee gaat zo het groeien en afsterven van de algen door tot de herfst. Daarna zijn de lichtperioden zo kort geworden dat verdere groei vrijwel onmogelijk is.

  • Te veel voedingsstoffen
    Schuimalg, Ecomare

    Als er veel voedingsstoffen in het water zitten, is sprake van van eutrofiëring en kan algenbloei optreden. Waarschijnlijk is het ook de oorzaak van een verschuiving in soortensamenstelling van het fytoplankton. Het aandeel van diatomeeën nemen af, terwijl dat van flagellaten zoals de schuimalg Phaeocystis) toeneemt. In het voedselweb heeft dit tot gevolg dat diatomeeën-eters afnemen en flagellaten-eters toenemen.

  • Afname van plankton wereldwijd

    Sinds 1950 is de hoeveelheid fytoplankton 40% afgenomen in de wereld oceanen.

  • Een plankton kalender

    Niet al het plankton leeft op hetzelfde moment van het jaar. En niet al het plankton dat je dit jaar in januari ziet, zie je volgend jaar weer in januari. Maar toch is er een bepaalde regelmaat in het voorkomen van de planktonsoorten, waardoor het mogelijk is een plankton-kalender te maken. Onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek aan Zee (NIOZ) hebben dat in 2008 dan ook gedaan. Een weergave van die kalender is als een apart onderwerp in deze encyclopedie opgenomen.