Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Zoek in de Encyclopedie

Dieren en planten

Water en land

Landschappen   Kustgebieden   Stranden   Als leefgebied   Veen   Helgoland   Geologie   

Mens en Milieu

De geologie van Helgoland

Onder de dikke Trias- en Krijtlagen bevindt zich een zoutkoepel uit het Perm. Door bewegingen van de aardschollen die 65 miljoen jaar geleden plaatsvonden drukte het steenzout de bovenliggende lagen omhoog en veroorzaakte daarbij breuken met een helling van bijna 20 graden. Op dit tijdstip rees een ongeveer 30 vierkante kilometer groot gebergte dat bestond uit krijtgesteente en bontzandsteen op in de Duitse Bocht. Gletsjers uit de ijstijden polijsten het gebergte en vlakten het af. Tegenwoordig is Helgoland het enige stukje dat is overgebleven van dit gebergte.

  • Fossielen

    Helgoland is opmerkelijk rijk aan fossielen. In 1910 werd bijvoorbeeld de schedel van een Paratosaurus geborgen. Tegenwoordig valt deze te bezichtigen in het Humbold-museum in Berlijn. Dergelijke vondsten, evenals die van andere grote dieren zoals de resten van een waterdinosaurus en een longvis zijn natuurlijk uitzonderlijk. Fossiele ammonieten, belemnieten en zee-egels uit de krijtzee komen veel vaker voor. Stukken veen met fossiele slakkenhuisjes spoelen regelmatig aan op het strand. Deze stammen uit de tussenijstijd in het Eem-tijdperk en zijn dus een stuk jonger dan de krijtfossielen.

  • De witte klif

    Naast de rode bontzandsteenklip stond vroeger een klip van witte kalksteen die minstens evenhoog was. Deze klip was tot (ongeveer) het jaar 1700 nog duidelijk zichtbaar. De kalksteenrots is door mensenhanden en door stormvloeden volledig weggeslagen. Bij extreme eb zijn de resten onder water te zien. De Helgolander duinen, een zandeilandje dichtbij Helgoland, zijn gelegen op deze witte klif. Het relatief zwakke kalksteen stamt uit het Trias.