Water verdampt uit zee als gevolg van opwarming van het water. Het zout in het water verdampt niet mee. De relatief warme lucht stijgt op en stroomt via de atmosfeer richting land. Bij land aangekomen moet de warme lucht opstijgen omdat dat land hoger ligt dan het water. Deze stijging kost energie, de temperatuur van de lucht neemt af. Koude lucht kan minder waterdamp bevatten dan warme lucht. Het overschot waterdamp condenseert (wolkenvorming) en valt als neerslag op het land. Het water stroomt op verschillende manieren weer richting zee. Het kan verdampen naar de atmosfeer, het kan via rivieren weer terugstromen naar zee en het kan onderaards, in de vorm van stromend grondwater naar zee getransporteerd worden.
Eenmaal in zee komt het water terecht in het enorme complex van de zee- en oceaanstromingen. Een watermolecuul kan gemakkelijk meerdere malen een wereldreis langs verschillende kustwateren en diepzeeën maken voordat hij weer als waterdamp in de atmosfeer terecht komt. Het water in de oceanen doorloopt de waterkringloop gemiddeld één keer in de 3850 jaar.